Vincent van der Heiden

1 minuut samenvatting

Het prikkelbare darmsyndroom (PDS) is een veelvoorkomende aandoening waarbij klachten zoals buikpijn, een opgeblazen gevoel, diarree en obstipatie kunnen optreden. Vaak worden daarbij geen structurele afwijkingen gevonden die de klachten volledig verklaren.

PDS wordt tegenwoordig daarom niet alleen gezien als een probleem van de darm, maar als een stoornis in de interactie tussen darm en brein. De medische term hiervoor is een disorder of gut-brain interaction (DGBI).

Darmen en hersenen communiceren voortdurend met elkaar. Dat gebeurt onder andere via het autonome en enterische zenuwstelsel, hormonale stresssystemen en immuunsignalen. Ook het darmmicrobioom kan deze communicatie beïnvloeden.

Bij PDS kunnen verschillende onderdelen van dit systeem veranderd zijn. De darm kan bijvoorbeeld anders bewegen of gevoeliger worden voor rek, terwijl signalen vanuit de darm sterker als pijn, druk of aandrang worden verwerkt.

Inhoudsopgave

Ook stress kan via de darm-brein-as invloed hebben op darmklachten. Andersom kunnen aanhoudende darmklachten weer invloed hebben op stress, stemming en kwaliteit van leven. De communicatie loopt dus in beide richtingen.

PDS is daarmee niet simpelweg een darmprobleem, maar ook zeker niet ‘alleen psychisch’. Juist de wisselwerking tussen darm, zenuwstelsel, immuunsysteem, microbioom en omgeving biedt aanknopingspunten om de klachten beter te begrijpen.

Inleiding

Waarom krijgt de ene persoon buikpijn wanneer de darm wordt uitgerekt, terwijl een ander daar nauwelijks iets van merkt? En waarom kunnen darmklachten tijdens een stressvolle periode ineens toenemen?

Bij het prikkelbare darmsyndroom werd lange tijd vooral gezocht naar afwijkingen in de darm zelf. Wanneer die niet werden gevonden, ontstond gemakkelijk het idee dat de klachten dan wel ‘psychisch’ moesten zijn. Inmiddels weten we dat deze tegenstelling tussen lichamelijk en psychisch te eenvoudig is.

De darm is namelijk geen geïsoleerde spijsverteringsbuis. In de darmwand bevindt zich een uitgebreid netwerk van zenuwcellen dat voortdurend informatie verwerkt. Tegelijkertijd ontvangt de darm signalen vanuit de hersenen en het autonome zenuwstelsel. Ook stresshormonen, immuunsignalen en stoffen die samenhangen met het darmmicrobioom kunnen onderdeel zijn van deze communicatie.

Bij PDS lijkt vooral de regulatie binnen dit netwerk van belang. De darm kan bijvoorbeeld anders bewegen, terwijl normale prikkels zoals rek of gasvorming sterker als pijn, druk of aandrang worden ervaren.

Dat helpt ook verklaren waarom PDS er niet bij iedereen hetzelfde uitziet. Bij de één staan diarree en aandrang op de voorgrond, bij de ander obstipatie en een opgeblazen gevoel. En soms staan de darmklachten niet op zichzelf, maar komen ze samen voor met klachten buiten de darm.

Van mechanisme naar praktijk

Hoe zo'n samenspel eruit kan zien, beschrijven we in een aparte casus. Daarin staat een vrouw centraal bij wie prikkelbare-darmklachten, PMS, acne en stress tegelijkertijd spelen. De casus laat zien waarom het soms zinvol is om verder te kijken dan één afzonderlijke klacht of één orgaan.

Het betekent nadrukkelijk niet dat PDS automatisch acne of hormonale klachten veroorzaakt. De casus illustreert juist hoe verschillende systemen elkaar kunnen beïnvloeden en waarom per persoon andere factoren op de voorgrond kunnen staan.

Lees ook: Prikkelbare darm syndroom (IBS), PMS en acne: de link tussen darmklachten, hormonen en stress

De brain-gut-axis vormt een belangrijk biologisch kader om dergelijke wisselwerkingen te begrijpen. Niet als verklaring voor álle klachten, maar als communicatienetwerk waarbinnen voeding, stress, darmmotiliteit, gevoeligheid en immuunactiviteit elkaar kunnen beïnvloeden.

Wat is het prikkelbare darmsyndroom?

Het prikkelbare darmsyndroom, afgekort PDS, is een chronische aandoening waarbij terugkerende buikpijn samenhangt met veranderingen in de stoelgang.

Veelvoorkomende klachten zijn:

  • buikpijn of buikkrampen;
  • een opgeblazen gevoel;
  • diarree;
  • obstipatie;
  • afwisselend diarree en obstipatie;
  • veranderingen in de frequentie of vorm van de ontlasting.

De klachten verschillen sterk tussen mensen. Ook bij dezelfde persoon kunnen rustige perioden worden afgewisseld met perioden waarin de klachten duidelijk toenemen.

Verschillende vormen van PDS

Op basis van het ontlastingspatroon wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende subtypen. Bij PDS-C staat obstipatie op de voorgrond, bij PDS-D diarree en bij PDS-M komen beide voor.

Die onderverdeling is klinisch relevant: achter dezelfde diagnose kunnen verschillende klachtenpatronen en mogelijk ook verschillende onderliggende mechanismen schuilgaan.

Geen zichtbare schade betekent niet dat er niets gebeurt

Bij inflammatoire darmziekten zoals de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa kan aantoonbare ontsteking en beschadiging van darmweefsel aanwezig zijn. Bij PDS worden dergelijke structurele afwijkingen doorgaans niet gevonden.

Daarom werd PDS lange tijd een functionele darmaandoening genoemd. Tegenwoordig valt PDS binnen de disorders of gut-brain interaction (DGBI): aandoeningen waarbij veranderingen in de interactie tussen darm en zenuwstelsel een belangrijke rol spelen.

Daarbij kunnen onder andere de darmmotiliteit, gevoeligheid voor prikkels en verwerking van signalen vanuit de darm veranderd zijn.

Dat onderscheid is belangrijk. Geen zichtbare beschadiging betekent niet dat er geen biologische veranderingen plaatsvinden.

Wat is de brain-gut-axis?

De brain-gut-axis, of darm-brein-as, is het tweerichtingsverkeer waarmee het maag-darmkanaal en het zenuwstelsel voortdurend informatie uitwisselen.

De hersenen kunnen bijvoorbeeld de darmmotiliteit en spijsverteringsprocessen beïnvloeden. Andersom stuurt de darm voortdurend informatie naar het zenuwstelsel over onder andere rek, voedingsstoffen en veranderingen in het lokale darmmilieu.

Het gaat dus nadrukkelijk niet alleen om:

brein → darm

maar om:

brein ↔ darm

Het zenuwstelsel als communicatieroute

Een belangrijke verbinding loopt via het autonome zenuwstelsel. Dit regelt processen waar je niet bewust over hoeft na te denken en beïnvloedt onder andere verschillende onderdelen van de spijsvertering.

Ook de nervus vagus is betrokken bij de communicatie tussen organen en hersenen.

Daarnaast beschikt de darm over een uitgebreid eigen zenuwnetwerk: het enterische zenuwstelsel. Dit speelt onder andere een rol bij darmbewegingen, secretie en de lokale verwerking van informatie.

De brain-gut-axis is daarmee geen abstract concept: er bestaan daadwerkelijk meerdere biologische routes waarlangs darm en hersenen voortdurend informatie uitwisselen.

Meer dan alleen zenuwen

De communicatie verloopt echter niet uitsluitend via zenuwbanen. Ook hormonale stresssystemen en het immuunsysteem maken deel uit van dit netwerk.

Zenuwstelsel, immuunsysteem en stofwisseling functioneren daarbij niet als volledig losstaande systemen. Signalen uit het ene systeem kunnen reacties in een ander systeem beïnvloeden.

Lees ook: Laaggradige ontsteking: wat is het en waarom speelt het een rol bij chronische ziekten?

Ook het darmmicrobioom is relevant. Darmmicro-organismen produceren en beïnvloeden verschillende metabolieten die lokaal in de darm werken en via neurale, immunologische en metabole routes onderdeel kunnen worden van de communicatie met het zenuwstelsel. Daarom wordt ook wel gesproken over de microbiota-gut-brain-axis.

Dat betekent nadrukkelijk niet dat darmbacteriën onze hersenen rechtstreeks ‘besturen’. Veel mechanismen zijn biologisch plausibel, maar hun precieze klinische betekenis bij mensen is niet altijd duidelijk.

Waarom is dit belangrijk bij PDS?

Juist bij PDS kunnen verschillende onderdelen van dit communicatienetwerk anders functioneren.

De darm kan bijvoorbeeld gevoeliger reageren op rek of bepaalde voedingsprikkels. De darmmotiliteit kan veranderen en signalen vanuit het maag-darmkanaal kunnen door het zenuwstelsel anders worden verwerkt. Bij bepaalde groepen patiënten kunnen daarnaast stressrespons, immuunactiviteit en veranderingen in het darmmicrobioom relevant zijn.

Er bestaat daarom waarschijnlijk niet één mechanisme dat alle PDS verklaart.

Bij de ene persoon kan viscerale hypersensitiviteit sterk op de voorgrond staan, terwijl bij een ander veranderingen in motiliteit, voeding, stress of andere factoren belangrijker zijn.

Dat is precies waarom de brain-gut-axis zo'n bruikbaar kader vormt: PDS laat zien dat een klacht die in de darm wordt gevoeld, niet noodzakelijk vanuit de darm alléén begrepen hoeft te worden.

Lees ook: De huid-darm-as: wat weten we werkelijk over de relatie tussen darm en huid?

Infographic van de brain-gut-axis met tweerichtingscommunicatie tussen brein en darm via het autonome zenuwstelsel, de HPA-as, immuunsignalen en microbiële metabolieten.

Waarom kan de brain-gut-axis bij PDS ontregeld raken?

Er bestaat waarschijnlijk niet één oorzaak van PDS. Bij de ene persoon kan vooral een veranderde gevoeligheid van de darm op de voorgrond staan, terwijl bij een ander darmmotiliteit, voeding, stress of een doorgemaakte darminfectie belangrijker kan zijn.

PDS wordt daarom steeds meer gezien als een aandoening waarbij verschillende onderdelen van de communicatie tussen darm en brein veranderd kunnen zijn. Die verschillen helpen verklaren waarom twee mensen met dezelfde diagnose heel andere klachten en triggers kunnen hebben.

Veranderde signalen vanuit de darm

De darmwand bevat zenuwcellen en sensoren die voortdurend informatie verzamelen over onder andere rek, druk, voedingsstoffen en veranderingen in het lokale darmmilieu. Deze informatie wordt lokaal verwerkt en via zenuwbanen doorgegeven richting ruggenmerg en hersenen.

Bij PDS kan zowel de gevoeligheid voor deze prikkels als de verwerking ervan veranderd zijn. Een hoeveelheid gas of rek die bij de ene persoon nauwelijks wordt opgemerkt, kan bij iemand met PDS bijvoorbeeld leiden tot een sterk opgeblazen gevoel, aandrang of pijn.

Het gaat dus niet alleen om wat er in de darm gebeurt, maar ook om hoe het zenuwstelsel die informatie waarneemt en verwerkt.

Veranderde darmmotiliteit

Ook de beweging van de darm kan veranderd zijn. Wanneer de darminhoud relatief snel wordt voortbewogen, kan diarree ontstaan. Een tragere passage kan juist bijdragen aan obstipatie.

Darmmotiliteit wordt mede gereguleerd door het enterische en autonome zenuwstelsel. Daarnaast spelen onder andere voeding en lokale signalen vanuit de darm een rol.

Dat helpt verklaren waarom PDS verschillende vormen kent en waarom het klachtenpatroon zelfs binnen dezelfde persoon in de loop van de tijd kan veranderen.

PDS na een darminfectie

Bij sommige mensen beginnen PDS-klachten na een acute maag-darminfectie. Dit wordt post-infectieuze PDS genoemd.

De oorspronkelijke infectie is dan verdwenen, maar veranderingen in bijvoorbeeld darmgevoeligheid, lokale immuunactiviteit en barrièrefunctie kunnen langer blijven bestaan. Ook veranderingen in het darmmicrobioom worden onderzocht als mogelijk onderdeel van dit proces.

Een darminfectie kan daarmee bij een deel van de patiënten een duidelijke aanleiding zijn, zonder dat de oorspronkelijke ziekteverwekker nog aanwezig is.

Dit illustreert een belangrijk kenmerk van PDS: verschillende biologische routes kunnen uiteindelijk tot een vergelijkbaar klachtenpatroon leiden.

Viscerale hypersensitiviteit: wanneer darmsignalen sterker worden ervaren

Een belangrijk en goed onderzocht mechanisme bij PDS is viscerale hypersensitiviteit. Daarmee wordt bedoeld dat prikkels vanuit inwendige organen, zoals de darm, eerder of sterker als onaangenaam kunnen worden ervaren.

Dat betekent niet noodzakelijk dat er meer gas, druk of darmbeweging aanwezig is. Het verschil kan ook zitten in de manier waarop het zenuwstelsel dezelfde lichamelijke prikkel verwerkt.

Van normale darmprikkel naar pijn

De darm wordt voortdurend uitgerekt wanneer voedsel, vocht en gas zich door het spijsverteringskanaal bewegen. Normaal gesproken zijn we ons van veel van deze activiteit nauwelijks bewust.

Bij een deel van de mensen met PDS ligt de drempel waarop zulke signalen als onaangenaam of pijnlijk worden ervaren lager. Zowel zenuwuiteinden in en rond de darm als de verdere verwerking van deze signalen in het centrale zenuwstelsel kunnen daarbij betrokken zijn.

Dit helpt verklaren waarom een darmonderzoek geen duidelijke beschadiging hoeft te laten zien terwijl iemand toch aanzienlijke buikpijn ervaart.

Geen zichtbare beschadiging betekent dus niet dat er geen biologisch mechanisme achter de klachten zit.

Welke rol speelt stress bij PDS?

Veel mensen met PDS merken dat hun klachten tijdens stressvolle perioden kunnen toenemen. Dat betekent niet dat PDS 'tussen de oren zit'. Stress is bovendien niet automatisch de oorzaak van PDS.

Stress veroorzaakt namelijk ook lichamelijke veranderingen. Onder andere het autonome zenuwstelsel en de hypothalamus-hypofyse-bijnier-as (HPA-as) reageren op bedreiging en belasting. Via de brain-gut-axis staan deze systemen in verbinding met de darm.

Stress kan de darmfunctie beïnvloeden

Tijdens een stressrespons kunnen onder andere darmmotiliteit, secretie en de verwerking van pijnsignalen veranderen.

Bij iemand met PDS kunnen dergelijke veranderingen samengaan met een tijdelijke toename van buikpijn, aandrang, diarree, obstipatie of een opgeblazen gevoel.

Langdurige stress kan daarnaast invloed hebben op slaap, beweging en eetgedrag. Ook via deze routes kunnen darmklachten indirect worden beïnvloed.

De relatie werkt ook andersom

De relatie tussen stress en PDS is nadrukkelijk tweerichtingsverkeer.

Terugkerende buikpijn, onzekerheid over toiletbezoek of het vermijden van werk, reizen en sociale activiteiten kunnen zelf een belangrijke bron van stress worden.

Zo kan een zichzelf versterkende wisselwerking ontstaan:

stress → verandering van darmfunctie en pijnverwerking → meer klachten → meer stress

Het beïnvloeden van de stressrespons kan daarom onderdeel zijn van de behandeling, zonder daarmee te suggereren dat stress de enige oorzaak van PDS is.

Hoe zulke wisselwerkingen er in de praktijk uit kunnen zien, beschrijven we uitgebreider in een casus waarin PDS-klachten samengaan met stress, PMS en acne. Die casus laat tegelijkertijd zien waarom klachten vanuit verschillende orgaansystemen niet automatisch één gemeenschappelijke oorzaak hoeven te hebben.

Lees ook: Prikkelbare darm syndroom (IBS), PMS en acne: de link tussen darmklachten, hormonen en stress

Welke rol speelt het darmmicrobioom?

In de darm leven grote aantallen micro-organismen, waaronder bacteriën, virussen en schimmels. Samen vormen zij het darmmicrobioom.

Onderzoek laat zien dat er gemiddeld verschillen kunnen bestaan tussen het darmmicrobioom van groepen mensen met en zonder PDS. Dat betekent echter niet dat er één herkenbaar 'PDS-microbioom' bestaat.

Darmbacteriën produceren biologisch actieve stoffen

Darmbacteriën verwerken bestanddelen uit onze voeding en produceren daarbij verschillende metabolieten, waaronder korteketenvetzuren. Deze stoffen kunnen onder andere invloed hebben op het lokale darmmilieu, het darmepitheel en het immuunsysteem.

Bij fermentatie worden daarnaast gassen geproduceerd. Dat is een normaal onderdeel van de spijsvertering en hoeft op zichzelf geen probleem te zijn.

Bij iemand met viscerale hypersensitiviteit kan de rek die door gasvorming ontstaat echter sterker worden ervaren. Hier komen voeding, microbioom en darmgevoeligheid dus samen.

Associatie is nog geen oorzaak

Bij microbioomonderzoek is voorzichtigheid belangrijk.

Wanneer bij mensen met PDS gemiddeld andere bacteriële patronen worden gevonden, weten we niet automatisch of die veranderingen:

  • bijdragen aan het ontstaan van PDS;
  • het gevolg zijn van PDS;
  • of bijvoorbeeld samenhangen met verschillen in voeding, medicatie of leefstijl.

Er bestaat momenteel dan ook geen algemeen geaccepteerd microbioomprofiel waarmee PDS betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Ook commerciële microbioomtesten kunnen daarom niet zonder meer bepalen wat de oorzaak van iemands PDS is.

Lees ook: De huid-darm-as: wat weten we werkelijk over de relatie tussen darm en huid?

Welke rol speelt voeding en fermentatie?

Veel mensen met PDS merken dat bepaalde voedingsmiddelen hun klachten beïnvloeden. Dat betekent niet automatisch dat er sprake is van een voedselallergie of dat het betreffende voedingsmiddel 'slecht' is voor de darm.

Een belangrijk mechanisme is fermentatie. Bacteriën in de dikke darm gebruiken koolhydraten die niet volledig in de dunne darm zijn opgenomen en produceren daarbij onder andere gassen.

Fermentatie is een normaal fysiologisch proces. Bij PDS kan vooral de combinatie met een verhoogde darmgevoeligheid relevant zijn.

FODMAP’s en darmklachten

Een bekende groep voedingsstoffen in relatie tot PDS zijn de FODMAP's. Dit is een verzamelnaam voor verschillende relatief slecht opneembare of fermenteerbare koolhydraten.

Ze kunnen de hoeveelheid water in de darm vergroten en worden deels door darmbacteriën gefermenteerd. Hierdoor kan het volume van de darminhoud toenemen.

Bij iemand met viscerale hypersensitiviteit kan die extra rek leiden tot meer buikpijn, een opgeblazen gevoel, aandrang of veranderingen in de ontlasting.

Een tijdelijk low-FODMAP-dieet kan bij een deel van de mensen met PDS de klachten verminderen. Het doel is echter niet om zoveel mogelijk voedingsmiddelen permanent te vermijden.

Na een tijdelijke restrictiefase worden voedingsmiddelen bij voorkeur stapsgewijs opnieuw geïntroduceerd om te onderzoeken welke groepen daadwerkelijk klachten veroorzaken en in welke hoeveelheden.

Voedselallergie en intolerantie zijn niet hetzelfde

Bij een klassieke voedselallergie reageert het immuunsysteem op een bepaald voedingsbestanddeel.

Bij PDS-klachten door bijvoorbeeld FODMAP's spelen andere mechanismen, waaronder opname, fermentatie, waterverplaatsing en gevoeligheid van de darm.

Dit onderscheid is belangrijk. Een voedingsmiddel dat buikpijn of een opgeblazen gevoel veroorzaakt, is dus niet automatisch een voedingsmiddel waarvoor iemand allergisch is.

Het onnodig schrappen van steeds meer voedingsmiddelen kan bovendien leiden tot een eenzijdiger voedingspatroon zonder dat daarmee de achterliggende mechanismen van PDS worden aangepakt.

Wat hebben darmbarrière en immuunsysteem met PDS te maken?

De darm vormt een groot contactoppervlak tussen het lichaam en de buitenwereld.

De darmbarrière moet voedingsstoffen kunnen opnemen en tegelijkertijd voorkomen dat ongewenste micro-organismen en andere stoffen ongecontroleerd het onderliggende weefsel bereiken.

Daarvoor werken onder andere darmepitheel, slijmlaag, immuuncellen en het darmmicrobioom met elkaar samen.

Kan de darmbarrière bij PDS veranderd zijn?

Bij bepaalde groepen mensen met PDS zijn aanwijzingen gevonden voor veranderingen in de doorlaatbaarheid van de darmwand en subtiele lokale immuunactivatie.

Dit lijkt onder andere relevant te kunnen zijn bij sommige mensen met post-infectieuze PDS en PDS met diarree.

Dat betekent echter nadrukkelijk niet dat iedere persoon met PDS een 'lekkende darm' heeft.

De populaire term leaky gut wordt online vaak gebruikt als verklaring voor zeer uiteenlopende klachten en aandoeningen. De werkelijkheid is complexer.

Intestinale permeabiliteit is een meetbaar fysiologisch verschijnsel, maar een verhoogde darmdoorlaatbaarheid is niet automatisch een zelfstandige diagnose en evenmin dé oorzaak van PDS.

Darmbarrière, immuunsysteem en zenuwstelsel communiceren

Juist de interactie tussen deze systemen is interessant.

Signalen vanuit immuuncellen kunnen zenuwcellen en de gevoeligheid van de darm beïnvloeden. Omgekeerd kunnen zenuwsignalen invloed uitoefenen op darmfunctie en lokale immuunprocessen.

Ook het microbioom en de darmbarrière maken deel uit van dit lokale netwerk.

Darmbarrière ↔ immuunsysteem ↔ zenuwstelsel ↔ microbioom

Hier komen verschillende onderdelen van de brain-gut-axis samen.

Welke schakel bij een individuele patiënt daadwerkelijk het belangrijkst is, kan echter sterk verschillen. Ook hier geldt dus dat PDS niet tot één universeel mechanisme kan worden teruggebracht.

Lees ook: Laaggradige ontsteking: wat is het en waarom speelt het een rol bij chronische ziekten?

Waarom krijgt de één diarree en de ander obstipatie?

PDS kan zich heel verschillend uiten. Bij de ene persoon overheerst diarree, terwijl een ander vooral last heeft van obstipatie. Sommige mensen hebben afwisselend beide.

Dat verschil ontstaat waarschijnlijk doordat meerdere processen bepalen hoe snel en op welke manier de darminhoud door het spijsverteringskanaal beweegt.

De snelheid van de darmpassage

Bij een relatief snelle darmpassage blijft minder tijd over om water uit de darminhoud op te nemen. De ontlasting blijft daardoor dunner en diarree kan ontstaan.

Bij een langzamere passage wordt juist meer water opgenomen. De ontlasting wordt harder en kan moeilijker worden uitgescheiden.

Maar de snelheid van de darmpassage is slechts één onderdeel. Ook darmbewegingen, secretie, voedingssamenstelling, galzuren en signalen vanuit het enterische en autonome zenuwstelsel kunnen bijdragen.

Gevoeligheid en motiliteit zijn niet hetzelfde

De ernst van de klachten komt bovendien niet altijd overeen met de snelheid waarmee de darm beweegt.

Iemand kan bijvoorbeeld veel aandrang of buikpijn ervaren zonder een extreem snelle darmpassage.

Hier komt opnieuw viscerale hypersensitiviteit in beeld.

Niet alleen wat de darm doet, maar ook hoe signalen vanuit de darm worden waargenomen en verwerkt, bepaalt uiteindelijk welke klachten iemand ervaart.

Dat is een belangrijk onderscheid binnen de brain-gut-axis:

darmfunctie en darmbeleving zijn met elkaar verbonden, maar zijn niet hetzelfde.

Hoe wordt PDS vastgesteld?

Er bestaat geen afzonderlijke bloedtest, scan of ontlastingstest waarmee PDS definitief kan worden aangetoond.

De diagnose wordt voornamelijk gesteld op basis van het kenmerkende klachtenpatroon, gecombineerd met een beoordeling of er aanwijzingen zijn voor een andere aandoening.

Een positieve diagnose

PDS wordt tegenwoordig niet alleen gezien als een diagnose die overblijft nadat alle andere aandoeningen zijn uitgesloten.

Wanneer het klachtenpatroon kenmerkend is en alarmsignalen ontbreken, kan een arts PDS vaak gericht vaststellen.

Internationaal worden hiervoor onder andere de Rome IV-criteria gebruikt. Terugkerende buikpijn staat daarin centraal, in samenhang met ontlasting en veranderingen in de frequentie en/of vorm van de ontlasting.

Afhankelijk van klachten, leeftijd, familiegeschiedenis en medische voorgeschiedenis kan aanvullend onderzoek nodig zijn. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gekeken naar coeliakie, inflammatoire darmziekten of andere mogelijke oorzaken.

Het is dus niet nodig om bij iedere persoon met verdenking op PDS alle mogelijke darmonderzoeken uit te voeren.

Hoe wordt PDS behandeld?

Omdat PDS een heterogene aandoening is, bestaat er geen behandeling die voor iedereen werkt.

De behandeling wordt afgestemd op de belangrijkste klachten, het PDS-subtype, de ernst van de klachten en factoren die bij de individuele patiënt een rol lijken te spelen.

Voeding

Voeding is vaak een belangrijk aangrijpingspunt.

Regelmaat in maaltijden en het gericht aanpassen van voedingsmiddelen die aantoonbaar klachten uitlokken kunnen helpen.

Bij aanhoudende klachten kan onder begeleiding een tijdelijk low-FODMAP-dieet worden overwogen. Ook oplosbare vezels, zoals psyllium, kunnen bij bepaalde patiënten effectief zijn.

Zeer restrictieve diëten zijn meestal niet wenselijk. Hoe meer voedingsmiddelen langdurig worden geschrapt, hoe groter de kans op een onnodig beperkt of eenzijdig voedingspatroon.

Medicatie

Afhankelijk van het klachtenpatroon kan medicatie worden ingezet tegen bijvoorbeeld obstipatie, diarree, darmkrampen of pijn.

Welke behandeling het meest passend is, verschilt onder andere tussen PDS-C, PDS-D en gemengde vormen.

Behandeling via de brain-gut-axis

Omdat de verwerking van signalen tussen darm en brein onderdeel is van PDS, kunnen ook behandelingen die op deze communicatie aangrijpen effectief zijn.

Voor onder andere cognitieve gedragstherapie en darmgerichte hypnotherapie bestaat wetenschappelijke ondersteuning bij PDS.

Dit betekent niet dat de klachten psychisch zijn.

Deze behandelingen kunnen onder andere invloed hebben op aandacht voor en verwerking van lichamelijke signalen, stressrespons en de manier waarop pijn vanuit de darm wordt ervaren.

De behandeling van PDS kan dus vanuit verschillende kanten aangrijpen:

darm én brein, voeding én zenuwstelsel.

Dat past bij het huidige inzicht dat PDS niet vanuit één afzonderlijk mechanisme hoeft te ontstaan.

Wat kun je zelf doen?

Bij PDS kan het verleidelijk zijn om steeds nieuwe voedingsmiddelen, intoleranties of mogelijke oorzaken te zoeken. Een systematische aanpak is meestal zinvoller.

Praktische maatregelen zijn:

  • zorg voor regelmaat in maaltijden en dagritme;
  • blijf regelmatig bewegen;
  • kijk welke voedingsmiddelen daadwerkelijk samenhangen met klachten;
  • zorg voor voldoende vezels, afgestemd op het klachtenpatroon;
  • drink voldoende;
  • besteed aandacht aan slaap;
  • onderzoek of stressvolle perioden samenhangen met een toename van klachten;
  • vermijd langdurige, sterk beperkende diëten zonder professionele begeleiding.

Een voedings- en klachtendagboek kan tijdelijk helpen om patronen zichtbaar te maken.

Het doel daarvan is niet om ieder symptoom aan één voedingsmiddel te koppelen, maar om terugkerende verbanden te herkennen.

Supplementen, probiotica en commerciële microbioomtesten worden veel aangeboden bij PDS. Voor veel van deze toepassingen is het bewijs echter wisselend en sterk afhankelijk van het specifieke product of de interventie.

Wanneer moet je naar de huisarts?

Buikpijn, diarree of obstipatie betekenen niet automatisch dat je PDS hebt.

Zeker bij nieuwe, aanhoudende of duidelijk veranderende klachten is het verstandig om de oorzaak medisch te laten beoordelen.

Neem contact op met de huisarts bij aanhoudende of terugkerende darmklachten en zeker wanneer er signalen zijn die minder goed bij PDS passen, zoals:

  • bloed bij de ontlasting;
  • onbedoeld gewichtsverlies;
  • koorts;
  • aanhoudend ernstig ziek voelen;
  • aanwijzingen voor bloedarmoede;
  • een duidelijke en onverklaarde verandering van het ontlastingspatroon;
  • relevante darmziekten in de familie, zoals darmkanker, coeliakie of inflammatoire darmziekten.

Ook wanneer eerder PDS is vastgesteld maar het klachtenpatroon duidelijk verandert, is opnieuw medische beoordeling verstandig.

Wat zegt de wetenschap?

De kijk op PDS is de afgelopen decennia sterk veranderd.

De klassieke tegenstelling tussen een 'lichamelijke' en een 'psychologische' oorzaak doet onvoldoende recht aan de huidige kennis. PDS wordt tegenwoordig beschouwd als een disorder of gut-brain interaction, waarbij verschillende biologische én psychosociale processen kunnen samenkomen.

Wat is goed onderbouwd?

Goed onderbouwd is dat PDS een heterogene aandoening is. Niet iedere patiënt heeft hetzelfde onderliggende klachtenmechanisme.

Ook veranderingen in viscerale gevoeligheid en darmmotiliteit zijn bij PDS goed beschreven.

De rol van de brain-gut-axis wordt daarnaast ondersteund door klinische behandelstudies. Niet alleen interventies die rechtstreeks op de darm aangrijpen kunnen klachten verminderen; ook bepaalde psychologische behandelingen gericht op de verwerking van darmsignalen hebben effect.

Voor onder andere oplosbare vezels, bepaalde voedingsinterventies, darmgerichte hypnotherapie en cognitieve gedragstherapie bestaat klinisch bewijs.

Waar is meer onzekerheid over?

Meer onzekerheid bestaat over de precieze rol van het darmmicrobioom, de darmbarrière en lokale immuunactiviteit bij de individuele patiënt.

Onderzoek laat interessante groepsverschillen zien, maar deze bevindingen zijn niet universeel.

Er bestaat bijvoorbeeld geen specifiek microbioomprofiel waarmee PDS betrouwbaar kan worden vastgesteld. Ook een verhoogde darmpermeabiliteit is geen universele verklaring voor PDS.

Dat onderscheid is belangrijk voor de vertaalslag naar de praktijk.

Een mechanisme kan biologisch plausibel of in onderzoek aantoonbaar zijn, zonder dat we daarmee bij één individuele patiënt betrouwbaar kunnen vaststellen dat dit mechanisme diens klachten veroorzaakt.

Vanuit kPNI is juist de interactie tussen zenuwstelsel, immuunsysteem, voeding, metabolisme en darmfunctie interessant. Die systeembenadering kan helpen om verbanden te onderzoeken, maar moet niet worden verward met het bewijs voor afzonderlijke diagnostische tests of behandelingen.

De eerder genoemde casus met PDS, PMS en acne is daar een goed voorbeeld van: het gelijktijdig voorkomen van klachten kan aanleiding zijn om naar gedeelde beïnvloedende factoren te kijken, maar bewijst niet dat één mechanisme alle klachten veroorzaakt.

Lees ook: Prikkelbare darm syndroom (IBS), PMS en acne: de link tussen darmklachten, hormonen en stress

Samenvatting

PDS is meer dan een probleem van de darm alleen. De aandoening wordt tegenwoordig beschouwd als een stoornis van de interactie tussen darm en brein.

Darmmotiliteit, viscerale gevoeligheid, stressrespons, voeding, immuunsignalen en mogelijk het darmmicrobioom kunnen in wisselende mate bijdragen aan klachten.

Daardoor kan PDS er bij verschillende mensen heel anders uitzien.

Diezelfde variatie betekent dat er geen universele behandeling bestaat. Voeding, beweging, medicatie en behandelingen gericht op de brain-gut-axis kunnen allemaal een plaats hebben.

De belangrijkste boodschap is daarom niet dat iedere persoon met PDS dezelfde onderliggende verstoring heeft, maar juist dat verschillende biologische en psychosociale routes tot vergelijkbare darmklachten kunnen leiden.

Veelgestelde vragen

Is PDS een psychische aandoening?

Nee. PDS wordt beschouwd als een stoornis van de interactie tussen darm en brein. Psychologische factoren kunnen de klachten beïnvloeden, maar dat betekent niet dat de klachten ingebeeld of uitsluitend psychisch zijn.

Kan stress PDS veroorzaken?

Stress kan via het autonome zenuwstelsel, de HPA-as en andere onderdelen van de brain-gut-axis invloed hebben op darmfunctie en pijnverwerking.

Stress alleen is echter geen afdoende verklaring voor het ontstaan van PDS. Bovendien werkt de relatie twee kanten op: langdurige darmklachten kunnen zelf een belangrijke bron van stress worden.

Kan PDS ontstaan na een darminfectie?

Ja. Bij sommige mensen ontstaan langdurige PDS-klachten na een acute maag-darminfectie. Dit wordt post-infectieuze PDS genoemd.

Welke rol spelen darmbacteriën bij PDS?

Onderzoek vindt gemiddeld verschillen tussen het darmmicrobioom van groepen mensen met en zonder PDS.

Het is echter nog onvoldoende duidelijk welke veranderingen oorzaak, gevolg of slechts een samenhangende factor zijn. Er bestaat daarom geen universeel 'PDS-microbioom'.

Helpt een low-FODMAP-dieet bij PDS?

Bij een deel van de mensen met PDS kan een low-FODMAP-dieet klachten verminderen.

Het dieet is bedoeld als tijdelijke interventie, waarna voedingsmiddelen stapsgewijs worden geherintroduceerd om persoonlijke triggers te identificeren. Professionele begeleiding kan daarbij verstandig zijn.

Zijn probiotica zinvol bij PDS?

Voor sommige probiotica zijn gunstige effecten op bepaalde PDS-klachten gevonden, maar de onderzoeksresultaten verschillen sterk tussen bacteriestammen, combinaties en producten.

Een positief resultaat voor één probioticum kan daarom niet automatisch worden vertaald naar alle probiotica.

Kan PDS genezen?

Het verloop verschilt sterk tussen mensen. Klachten kunnen langdurig aanwezig blijven, maar ook aanzienlijk afnemen of gedurende langere perioden verdwijnen.

Omdat PDS verschillende onderliggende mechanismen kan hebben, is het realistischer om te spreken over vermindering en beheersing van klachten dan over één behandeling die PDS geneest.

Hoe weet je of je PDS hebt?

Buikpijn en veranderingen in de ontlasting kunnen veel verschillende oorzaken hebben.

Een arts kan op basis van het klachtenpatroon, de medische voorgeschiedenis en waar nodig aanvullend onderzoek beoordelen of PDS waarschijnlijk is en of onderzoek naar andere aandoeningen nodig is.

Persoonlijk advies

PDS is vaak geen kwestie van één oorzaak. Darmmotiliteit, voeding, gevoeligheid van de darm, stress, slaap en andere factoren kunnen elkaar beïnvloeden via de brain-gut-axis.

Binnen mijn praktijk kijk ik vanuit de klinische psycho-neuro-immunologie (kPNI) naar deze samenhang en naar factoren die mogelijk beïnvloedbaar zijn. Daarbij zoeken we niet naar één universele verklaring, maar naar patronen die bij jouw klachten relevant kunnen zijn.

Heb je langdurige darmklachten en wil je onderzoeken welke factoren bij jou een rol kunnen spelen? Dan denk ik graag met je mee tijdens een vrijblijvend telefonisch kennismakingsgesprek.

Bronnen

Drossman DA. Functional gastrointestinal disorders: history, pathophysiology, clinical features, and Rome IV. Gastroenterology. 2016 May;150(6):1262-1279.e2. doi: 10.1053/j.gastro.2016.02.032. PMID: 27144617.

Drossman DA, Hasler WL. Rome IV—Functional GI Disorders: Disorders of Gut-Brain Interaction. Gastroenterology. 2016 May;150(6):1257-1261. doi: 10.1053/j.gastro.2016.03.035. PMID: 27147121.

Lacy BE, Pimentel M, Brenner DM, Chey WD, Keefer LA, Long MD, Moshiree B. ACG Clinical Guideline: Management of Irritable Bowel Syndrome. Am J Gastroenterol. 2021 Jan;116(1):17-44. doi: 10.14309/ajg.0000000000001036. PMID: 33315591.

Vasant DH, Paine PA, Black CJ, Houghton LA, Everitt HA, Corsetti M, Agrawal A, Aziz I, Farmer AD, Eugenicos MP, Moss-Morris R, Yiannakou Y, Ford AC. British Society of Gastroenterology guidelines on the management of irritable bowel syndrome. Gut. 2021 Jul;70(7):1214-1240. doi: 10.1136/gutjnl-2021-324598. PMID: 33903147.

Gepubliceerd: augustus 24, 2026
Wordt periodiek geüpdatet op basis van van actuele richtlijnen en wetenschappelijke literatuur.

Laatst bijgewerkt: 25 augustus 2026

Vincent van der Heiden

Over de auteur

Vincent van der Heiden is klinisch psycho-neuro-immunoloog (kPNI). Binnen kPNI Geneeskunde schrijft hij over chronische aandoeningen en de biologische mechanismen en risicofactoren die daarbij een rol kunnen spelen. Daarbij kijkt hij naar de samenhang tussen onder andere het immuunsysteem, metabolisme, zenuwstelsel, hormonen en leefstijl. De artikelen zijn gebaseerd op actuele wetenschappelijke literatuur, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen wetenschappelijke consensus en kPNI-specifieke verklaringsmodellen.