Een ontsteking klinkt meestal als iets negatiefs. Je denkt misschien aan een wond die rood wordt, een pijnlijke keel of een dikke enkel na een verstuiking. Toch is een ontstekingsreactie juist een essentieel onderdeel van een gezond immuunsysteem. Zonder ontstekingen zouden wondjes niet genezen en zouden bacteriën en virussen zich ongehinderd kunnen verspreiden (Medzhitov, 2008).
Er bestaat echter ook een minder zichtbare vorm van ontsteking: laaggradige ontsteking (low-grade inflammation). Hierbij blijft het immuunsysteem langdurig licht actief, zonder dat er sprake is van een duidelijke infectie of verwonding. Je merkt daar vaak weinig van, maar onderzoek laat zien dat deze chronische immuunactivatie betrokken kan zijn bij het ontstaan en de progressie van verschillende chronische aandoeningen, waaronder aderverkalking, diabetes type 2 en niet-alcoholische leververvetting (Furman et al., 2019; Libby, 2021).
Binnen de klinische psycho-neuro-immunologie (kPNI) wordt laaggradige ontsteking niet gezien als een ziekte op zichzelf, maar als een biologisch mechanisme dat verschillende orgaansystemen met elkaar verbindt. Juist daarom vormt dit onderwerp een belangrijke basis voor het begrijpen van chronische ziekten.
Kernpunten
- Laaggradige ontsteking is een chronische, milde activatie van het immuunsysteem.
- In tegenstelling tot een acute ontsteking veroorzaakt zij meestal geen koorts, pijn of zwelling.
- Steeds meer onderzoek laat zien dat laaggradige ontsteking een belangrijke rol speelt bij chronische aandoeningen zoals hart- en vaatziekten, diabetes type 2 en leververvetting.
- Factoren zoals buikvet, roken, chronische stress, slaaptekort en lichamelijke inactiviteit worden in verband gebracht met een verhoogde ontstekingsactiviteit (Hotamisligil, 2017).
- Een gezonde leefstijl kan bijdragen aan een betere regulatie van het immuunsysteem, maar vormt geen vervanging voor reguliere medische behandeling.
Wat is laaggradige ontsteking?
Een ontsteking is niet altijd slecht
Een ontsteking is een natuurlijke afweerreactie van het lichaam. Zodra het immuunsysteem een bacterie, virus of beschadigd weefsel herkent, worden immuuncellen geactiveerd. Zij ruimen ziekteverwekkers op, verwijderen beschadigde cellen en zetten herstelprocessen in gang (Medzhitov, 2008).
Een acute ontsteking is daarom niet iets wat je wilt voorkomen. Integendeel: zonder deze reactie zou het lichaam zichzelf nauwelijks kunnen herstellen.
Wat betekent 'laaggradig'?
Bij laaggradige ontsteking blijft het immuunsysteem langdurig licht actief. Er is geen duidelijke infectie of wond aanwezig, maar toch blijven immuuncellen kleine hoeveelheden ontstekingsstoffen produceren, zoals interleukine-6 (IL-6), tumornecrosefactor-α (TNF-α) en C-reactief proteïne (CRP) (Calder et al., 2022).
Deze hoeveelheden zijn veel lager dan tijdens een acute infectie. Daarom spreken we van een laaggradige ontsteking. Juist doordat deze situatie maanden of zelfs jaren kan aanhouden, kan zij geleidelijk invloed hebben op de werking van verschillende organen.
Acute versus laaggradige ontsteking
Hoewel beide vormen gebruikmaken van dezelfde onderdelen van het immuunsysteem, verschillen ze duidelijk van elkaar.
| Acute ontsteking | Laaggradige ontsteking |
|---|---|
| Ontstaat snel | Ontstaat geleidelijk |
| Duidelijke oorzaak, zoals een infectie of wond | Vaak geen directe oorzaak zichtbaar |
| Koorts, pijn en zwelling komen regelmatig voor | Meestal geen duidelijke klachten |
| Duurt enkele dagen tot weken | Kan maanden of jaren aanwezig zijn |
| Gericht op herstel | Kan bijdragen aan chronische ziekteprocessen |
Laaggradige ontsteking is dus niet simpelweg een "lichte ontsteking", maar een langdurige verstoring van de normale immuunregulatie.
Waarom krijgt laaggradige ontsteking zoveel aandacht?
Een gemeenschappelijk biologisch mechanisme
De afgelopen twintig jaar is duidelijk geworden dat veel chronische aandoeningen meer met elkaar gemeen hebben dan lange tijd werd gedacht. Hart- en vaatziekten, diabetes type 2, obesitas en leververvetting lijken op het eerste gezicht verschillende ziekten, maar delen vaak dezelfde onderliggende biologische processen (Hotamisligil, 2017).
Eén van die processen is laaggradige ontsteking. Chronische activatie van het immuunsysteem kan invloed hebben op de werking van bloedvaten, de insulinegevoeligheid, de vetstofwisseling en het herstelvermogen van weefsels (Furman et al., 2019; Libby, 2021).
Geen ziekte, maar een biologisch mechanisme
Het is belangrijk om laaggradige ontsteking niet als een diagnose te zien. Het is een biologisch mechanisme dat bij verschillende aandoeningen kan voorkomen.
Dat betekent ook dat laaggradige ontsteking niet automatisch de oorzaak is van een chronische ziekte. Chronische aandoeningen ontstaan vrijwel altijd door een combinatie van genetische aanleg, leefstijl en omgevingsfactoren. Wel bestaat er sterke wetenschappelijke consensus dat laaggradige ontsteking een belangrijke bijdrage kan leveren aan het ontstaan en in stand houden van veel chronische ziekteprocessen (Furman et al., 2019).
Hoe lees je dit artikel?
In de rest van dit artikel lees je:
- hoe laaggradige ontsteking ontstaat;
- welke factoren het immuunsysteem langdurig kunnen activeren;
- welke organen hierbij betrokken zijn;
- welke ziekten met laaggradige ontsteking worden geassocieerd;
- wat de huidige wetenschap hierover zegt;
- en hoe leefstijl kan bijdragen aan een gezonde regulatie van het immuunsysteem.

Hoe ontstaat laaggradige ontsteking?
Een gezonde ontstekingsreactie is tijdelijk. Zodra een wond is genezen of een infectie is bestreden, schakelt het immuunsysteem weer terug naar de ruststand. Bij laaggradige ontsteking gebeurt dat minder goed. Het immuunsysteem blijft als het ware op de achtergrond actief, ook wanneer er geen direct gevaar meer is (Medzhitov, 2008).
Onderzoekers denken dat laaggradige ontsteking meestal niet door één enkele oorzaak ontstaat, maar door een opeenstapeling van verschillende prikkels. Denk aan overmatig buikvet, een ongezond voedingspatroon, roken, chronische stress of langdurig slaaptekort. Elk van deze factoren kan het immuunsysteem subtiel activeren. Wanneer meerdere factoren tegelijk aanwezig zijn, kan deze activatie maanden of zelfs jaren aanhouden (Furman et al., 2019).
Het immuunsysteem staat continu 'op scherp'
Het immuunsysteem kun je vergelijken met een beveiligingssysteem. Bij een inbraak moet het alarm direct afgaan, maar zodra de situatie veilig is, hoort het systeem zichzelf weer uit te schakelen.
Bij laaggradige ontsteking blijft dat alarmsysteem echter gevoelig afgesteld. Kleine prikkels die normaal nauwelijks een reactie zouden uitlokken, kunnen toch leiden tot een voortdurende productie van ontstekingsstoffen.
Deze chronische waakstand kost energie en beïnvloedt de communicatie tussen verschillende organen, waaronder de lever, spieren, vetweefsel en bloedvaten (Hotamisligil, 2017).
Ontstekingsstoffen als boodschappers
Immuuncellen communiceren met elkaar via kleine signaaleiwitten, de zogenaamde cytokinen. Deze stoffen zorgen ervoor dat afweercellen weten waar ze naartoe moeten en welke taak ze moeten uitvoeren.
Bij laaggradige ontsteking blijven bepaalde cytokinen langdurig verhoogd, waaronder:
- interleukine-6 (IL-6);
- tumornecrosefactor-alfa (TNF-α);
- interleukine-1β (IL-1β).
Daarnaast stijgt bij veel mensen ook het C-reactief proteïne (CRP), een eiwit dat door de lever wordt aangemaakt als reactie op ontstekingssignalen. Vooral een licht verhoogde hoogsensitieve CRP (hs-CRP) wordt in onderzoek gebruikt als marker voor laaggradige ontsteking en een verhoogd cardiovasculair risico (Ridker, 2016; Visseren et al., 2021).
Wanneer wordt een beschermingsmechanisme een probleem?
Ontstekingsstoffen zijn op zichzelf niet schadelijk. Integendeel: zonder deze signaalstoffen zouden infecties moeilijk te bestrijden zijn en zouden beschadigde weefsels minder goed herstellen.
Het probleem ontstaat wanneer deze boodschappers langdurig actief blijven. In plaats van herstel te bevorderen, kunnen zij de normale werking van cellen geleidelijk verstoren. Zo laten experimentele studies zien dat chronisch verhoogde concentraties van onder andere TNF-α en IL-6 de gevoeligheid voor insuline kunnen verminderen en de functie van het endotheel (de binnenbekleding van de bloedvaten) negatief kunnen beïnvloeden (Hotamisligil, 2017; Libby, 2021).
Dit verklaart mede waarom laaggradige ontsteking tegenwoordig wordt gezien als een belangrijk mechanisme achter verschillende chronische aandoeningen.
De belangrijkste bronnen van laaggradige ontsteking
1. Buikvet
Vetweefsel is veel meer dan een opslagplaats voor energie. Vooral het vet rondom de buikorganen produceert verschillende hormonen en ontstekingsstoffen. Naarmate vetcellen groter worden, trekken zij meer immuuncellen aan, waardoor de productie van cytokinen toeneemt (Ouchi et al., 2011; Hotamisligil, 2017).
Hierdoor wordt visceraal vet beschouwd als één van de belangrijkste bronnen van laaggradige ontsteking.
2. De darm
De darm vormt een belangrijke barrière tussen de buitenwereld en het immuunsysteem. Wanneer deze barrière minder goed functioneert, kunnen bacteriële bestanddelen gemakkelijker in contact komen met immuuncellen.
Dit fenomeen, ook wel metabole endotoxemie genoemd, wordt in experimenteel onderzoek in verband gebracht met chronische activatie van het aangeboren immuunsysteem. Hoewel deze hypothese biologisch plausibel is, is nog niet volledig duidelijk welke rol dit mechanisme speelt bij alle mensen met chronische aandoeningen (Cani et al., 2007; Tilg et al., 2021).
3. Beschadigde bloedvaten
Ook beschadigde bloedvaten kunnen het immuunsysteem activeren. Wanneer het endotheel (de dunne cellaag aan de binnenkant van de bloedvaten) minder goed functioneert, ontstaan signalen die immuuncellen aantrekken. Dit vormt één van de eerste stappen in het ontstaan van aderverkalking (Libby, 2021).
4. Een ongezonde leefstijl
Niet één voedingsmiddel of één slechte nacht veroorzaakt laaggradige ontsteking. Het gaat meestal om een langdurige combinatie van factoren, zoals:
- weinig lichaamsbeweging;
- een energie-overschot;
- chronische stress;
- slaaptekort;
- roken;
- overmatig alcoholgebruik.
Deze factoren beïnvloeden niet alleen het immuunsysteem, maar ook de stofwisseling, hormoonhuishouding en darmgezondheid. Daardoor kunnen verschillende biologische systemen elkaar wederzijds versterken (Furman et al., 2019).
Welke organen zijn betrokken?
Laaggradige ontsteking beperkt zich niet tot één orgaan. Omdat ontstekingsstoffen via de bloedbaan door het hele lichaam circuleren, kunnen verschillende organen tegelijkertijd worden beïnvloed. Welke organen het meest betrokken zijn, verschilt per persoon en hangt onder andere af van genetische aanleg, leefstijl en andere risicofactoren.
Hieronder bespreken we de belangrijkste orgaansystemen.
De bloedvaten
De binnenkant van ieder bloedvat is bekleed met een dun laagje gespecialiseerde cellen: het endotheel. Dit laagje regelt onder andere de doorbloeding, bloedstolling en de communicatie tussen het bloed en de vaatwand.
Chronische laaggradige ontsteking kan de functie van het endotheel verstoren. Hierdoor wordt de vaatwand gevoeliger voor beschadiging en kunnen ontstekingscellen zich gemakkelijker in de vaatwand nestelen. Dit wordt beschouwd als één van de eerste stappen in het ontstaan van aderverkalking (Libby, 2021).
Het vetweefsel
Vetweefsel is veel meer dan een opslagplaats voor energie. Vooral visceraal vet (het vet rondom de buikorganen) is metabool actief en produceert verschillende hormonen en cytokinen die het immuunsysteem beïnvloeden (Ouchi et al., 2011).
Naarmate vetcellen groter worden, neemt ook het aantal immuuncellen in het vetweefsel toe. Hierdoor ontstaat een vicieuze cirkel waarbij ontsteking en vetopslag elkaar kunnen versterken. Dit mechanisme wordt gezien als een belangrijke schakel tussen obesitas, insulineresistentie en hart- en vaatziekten (Hotamisligil, 2017).
De lever
De lever speelt een centrale rol in de stofwisseling én het immuunsysteem. Onder invloed van ontstekingsstoffen produceert de lever onder andere C-reactief proteïne (CRP), een veelgebruikte marker voor ontstekingsactiviteit (Calder et al., 2022).
Daarnaast lijkt laaggradige ontsteking betrokken te zijn bij het ontstaan van niet-alcoholische leververvetting (MASLD). Andersom kan een vervette lever zelf ook ontstekingsstoffen produceren, waardoor beide processen elkaar kunnen versterken (Tilg et al., 2021).
De spieren
Spieren spelen een belangrijke rol bij de regulatie van de bloedsuikerspiegel. Chronische ontsteking wordt in verband gebracht met een verminderde gevoeligheid van spiercellen voor insuline. Hierdoor wordt glucose minder efficiënt opgenomen, wat kan bijdragen aan het ontstaan van insulineresistentie (Hotamisligil, 2017).
Regelmatige lichaamsbeweging heeft juist een gunstig effect op de stofwisseling en lijkt ontstekingsprocessen te helpen reguleren. Daarbij produceren spieren tijdens inspanning ook zogenoemde myokinen, signaalstoffen die communiceren met andere organen en mogelijk bijdragen aan een gezonde immuunregulatie (Pedersen & Febbraio, 2012).
De hersenen
Ook de hersenen communiceren voortdurend met het immuunsysteem. Via hormonen, zenuwbanen en ontstekingsstoffen beïnvloeden beide systemen elkaar. Dit wordt ook wel de neuro-immuunas genoemd.
Onderzoek suggereert dat chronische ontsteking kan bijdragen aan veranderingen in de hersenen die samenhangen met cognitieve achteruitgang en stemmingsstoornissen. Voor verschillende neurologische aandoeningen wordt dit mechanisme nog volop onderzocht en is de mate van causaliteit nog niet volledig vastgesteld (Furman et al., 2019).
Met welke ziekten wordt laaggradige ontsteking geassocieerd?
Omdat laaggradige ontsteking verschillende orgaansystemen beïnvloedt, wordt zij met uiteenlopende chronische aandoeningen in verband gebracht. De sterkte van het bewijs verschilt echter per ziektebeeld.
| Ziektebeeld | Sterkte van bewijs |
|---|---|
| Aderverkalking en hart- en vaatziekten | ★★★★★ |
| Diabetes type 2 | ★★★★★ |
| Obesitas en metabool syndroom | ★★★★★ |
| Niet-alcoholische leververvetting (MASLD) | ★★★★☆ |
| Chronische nierziekte | ★★★★☆ |
| Reumatoïde artritis | ★★★★☆ |
| Psoriasis | ★★★★☆ |
| Eczeem | ★★★☆☆ |
| Depressie | ★★★☆☆ |
| Neurodegeneratieve aandoeningen | ★★★☆☆ |
Deze beoordeling is gebaseerd op de huidige wetenschappelijke consensus en kan veranderen naarmate nieuw onderzoek beschikbaar komt.
Hart- en vaatziekten
Voor hart- en vaatziekten is het bewijs het sterkst. Chronische ontsteking speelt een rol bij vrijwel alle fasen van aderverkalking: van de eerste beschadiging van het endotheel tot het instabiel worden van plaques in de vaatwand (Libby, 2021).
De CANTOS-studie liet bovendien zien dat gerichte remming van de ontstekingsstof IL-1β het risico op nieuwe cardiovasculaire gebeurtenissen kan verlagen, onafhankelijk van de LDL-cholesterolwaarde. Dit levert belangrijke aanwijzingen dat ontsteking niet alleen een marker is, maar ook daadwerkelijk bijdraagt aan het ziekteproces (Ridker et al., 2017).
Diabetes type 2
Chronische laaggradige ontsteking wordt ook sterk geassocieerd met insulineresistentie en diabetes type 2. Ontstekingsstoffen zoals TNF-α en IL-6 kunnen de werking van insuline verstoren, waardoor spier- en levercellen minder goed glucose opnemen (Hotamisligil, 2017).
Hoewel niet iedereen met laaggradige ontsteking diabetes ontwikkelt, wordt chronische immuunactivatie beschouwd als een belangrijk mechanisme binnen de ontwikkeling van deze aandoening.
Leververvetting
Bij niet-alcoholische leververvetting (MASLD) lijkt een voortdurende interactie te bestaan tussen vetstapeling, ontsteking en verstoring van de stofwisseling. Naarmate de ontsteking toeneemt, kan ook de schade aan levercellen verergeren (Tilg et al., 2021).

Geeft laaggradige ontsteking klachten?
Dat is misschien wel de meest gestelde vraag. Het eerlijke antwoord is: meestal niet direct.
In tegenstelling tot een acute ontsteking veroorzaakt laaggradige ontsteking doorgaans geen duidelijke symptomen zoals koorts, roodheid of hevige pijn. Veel mensen merken er jarenlang niets van. Daarom wordt laaggradige ontsteking ook wel een stille ontsteking genoemd (Furman et al., 2019).
Toch ervaren sommige mensen klachten die mogelijk samenhangen met een langdurig actief immuunsysteem. Deze klachten zijn echter niet specifiek voor laaggradige ontsteking en kunnen ook vele andere oorzaken hebben.
Veelgenoemde klachten zijn:
- aanhoudende vermoeidheid;
- verminderde belastbaarheid;
- spier- en gewrichtsklachten;
- concentratieproblemen;
- een trager herstel na inspanning of ziekte.
Deze klachten betekenen dus niet automatisch dat er sprake is van laaggradige ontsteking. Ze vormen hooguit aanleiding om samen met een arts of andere zorgverlener naar het totaalplaatje te kijken.
Waarom merk je er vaak zo weinig van?
Een acute ontsteking is bedoeld om direct aandacht te trekken. Pijn en zwelling zorgen ervoor dat je een beschadigd lichaamsdeel ontziet, terwijl koorts helpt om ziekteverwekkers te bestrijden.
Bij laaggradige ontsteking ontbreekt deze sterke afweerreactie. De concentraties ontstekingsstoffen zijn veel lager, waardoor er meestal geen duidelijke alarmsignalen ontstaan. Juist daardoor kan deze vorm van ontsteking lange tijd onopgemerkt blijven (Calder et al., 2022).
Kun je laaggradige ontsteking meten?
Er bestaat geen enkele test waarmee laaggradige ontsteking definitief kan worden vastgesteld.
Artsen combineren daarom verschillende gegevens, zoals klachten, lichamelijk onderzoek, risicofactoren en eventueel aanvullend bloedonderzoek. Er wordt dus gekeken naar het totale klinische beeld, niet naar één losse bloedwaarde.
hs-CRP
De meest gebruikte marker is het hooggevoelige C-reactief proteïne (hs-CRP).
CRP wordt door de lever geproduceerd als reactie op ontstekingsstoffen, met name IL-6. Een licht verhoogde hs-CRP-waarde wordt in grote cohortstudies geassocieerd met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten, ook wanneer het cholesterol normaal is (Ridker, 2016).
Toch kent hs-CRP belangrijke beperkingen. De waarde kan namelijk ook tijdelijk stijgen door bijvoorbeeld een verkoudheid, een tandvleesontsteking of intensieve lichamelijke inspanning. Daarom is één meting meestal onvoldoende om conclusies te trekken.
Andere ontstekingsmarkers
Afhankelijk van de situatie kan een arts ook kijken naar andere bloedwaarden, zoals:
- bezinking (BSE);
- leukocyten;
- ferritine;
- fibrinogeen.
Deze markers zijn echter minder specifiek voor laaggradige ontsteking en moeten altijd worden geïnterpreteerd in de juiste klinische context (Calder et al., 2022).
Bloedonderzoek vertelt niet het hele verhaal
Een normale hs-CRP-waarde sluit laaggradige ontsteking niet volledig uit. Omgekeerd betekent een licht verhoogde waarde niet automatisch dat er sprake is van een chronische ontsteking.
Daarom kijken artsen steeds vaker naar een combinatie van factoren, zoals:
- buikomvang;
- bloeddruk;
- bloedsuiker;
- bloedvetten;
- leefstijl;
- familiegeschiedenis.
Juist deze combinatie geeft vaak een beter beeld van het totale cardiovasculaire en metabole risico dan één enkele biomarker (Visseren et al., 2021).
Cardiometabole risicofactoren vertellen vaak meer
Voor de beoordeling van het risico op hart- en vaatziekten is het meestal belangrijker om naar het gehele risicoprofiel te kijken dan naar één ontstekingsmarker.
Internationale richtlijnen adviseren daarom ook aandacht te besteden aan factoren zoals:
- bloeddruk;
- buikomvang;
- LDL-cholesterol en ApoB;
- triglyceriden;
- HDL-cholesterol;
- bloedsuiker en HbA1c;
- rookstatus;
- lichamelijke activiteit;
- familiegeschiedenis van hart- en vaatziekten (Visseren et al., 2021).
Juist de combinatie van deze factoren geeft een veel betrouwbaarder beeld van het cardiometabole risico dan één enkele laboratoriumwaarde.
Kun je laaggradige ontsteking zelf herkennen?
Dat is lastig. Veel mensen met laaggradige ontsteking voelen zich gezond en hebben geen duidelijke klachten. Anderen ervaren aspecifieke symptomen, zoals vermoeidheid of een verminderd herstelvermogen. Deze klachten kunnen echter ook vele andere oorzaken hebben.
Daarom is het niet mogelijk om op basis van klachten alleen vast te stellen of sprake is van laaggradige ontsteking. Bij aanhoudende klachten is het verstandig deze met een arts of andere gekwalificeerde zorgverlener te bespreken.
Nieuwe ontwikkelingen
Onderzoekers zoeken actief naar biomarkers die laaggradige ontsteking nauwkeuriger kunnen meten dan hs-CRP alleen.
Er wordt onder andere onderzoek gedaan naar:
- combinaties van cytokinen;
- immuunprofielen;
- metabolieten;
- proteomics;
- transcriptomics;
- epigenetische veranderingen.
Deze technieken leveren waardevolle inzichten op voor wetenschappelijk onderzoek, maar worden op dit moment nog nauwelijks toegepast in de dagelijkse klinische praktijk. Vooralsnog blijft een goede anamnese, lichamelijk onderzoek en beoordeling van het totale risicoprofiel de basis van de diagnostiek (Calder et al., 2022).
Waarom leefstijl invloed kan hebben
Het immuunsysteem staat voortdurend in contact met andere organen. Voeding, beweging, slaap, stress en lichaamsgewicht beïnvloeden daarom niet alleen de stofwisseling, maar ook de activiteit van immuuncellen.
Internationale richtlijnen adviseren leefstijlinterventies dan ook als basis van de preventie van hart- en vaatziekten en diabetes type 2. Daarbij is het doel niet om een ontsteking rechtstreeks te "genezen", maar om de omstandigheden te creëren waarin het immuunsysteem beter gereguleerd kan functioneren (Visseren et al., 2021).
1. Regelmatig bewegen
Regelmatige lichaamsbeweging wordt geassocieerd met lagere concentraties ontstekingsmarkers, waaronder CRP en IL-6. Daarnaast verbetert bewegen de insulinegevoeligheid, ondersteunt het de vaatfunctie en stimuleert het de aanmaak van myokinen, signaalstoffen die de communicatie tussen spieren en andere organen beïnvloeden (Pedersen & Saltin, 2015).
Het gaat daarbij niet alleen om intensief sporten. Ook dagelijks wandelen en langdurig zitten regelmatig onderbreken lijken gunstige effecten te hebben.
2. Een mediterraan voedingspatroon
Van alle voedingspatronen is het mediterrane dieet het best onderzocht. Dit voedingspatroon wordt gekenmerkt door veel groenten, fruit, peulvruchten, noten, olijfolie, volkorenproducten en vis.
Verschillende systematische reviews en de PREDIMED-studie laten zien dat een mediterraan voedingspatroon kan bijdragen aan een lagere ontstekingsactiviteit en een verminderd risico op cardiovasculaire aandoeningen (Estruch et al., 2018).
3. Een gezond gewicht
Vooral een afname van visceraal vet lijkt samen te gaan met een afname van ontstekingsactiviteit. Niet zozeer het lichaamsgewicht zelf, maar de hoeveelheid buikvet lijkt hierbij van belang (Hotamisligil, 2017).
4. Voldoende slaap en stressregulatie
Chronisch slaaptekort en langdurige psychosociale stress worden beide geassocieerd met hogere concentraties ontstekingsmarkers. Waarschijnlijk spelen veranderingen in het autonome zenuwstelsel en de stresshormonen hierbij een belangrijke rol (Furman et al., 2019).
Hoewel de effecten per persoon verschillen, vormen voldoende slaap en stressmanagement daarom een belangrijk onderdeel van een gezonde leefstijl.

Waarom komt laaggradige ontsteking tegenwoordig zoveel vaker voor?
Ons immuunsysteem is gemaakt om te reageren
Het immuunsysteem is miljoenen jaren geleden ontstaan om ons te beschermen tegen infecties, verwondingen en andere bedreigingen uit de omgeving. Een ontstekingsreactie was daarbij letterlijk van levensbelang. Zonder een snelle afweerreactie konden zelfs een kleine wond of een eenvoudige bacteriële infectie fataal aflopen (Medzhitov, 2008).
Tegelijkertijd was die ontsteking vrijwel altijd tijdelijk. Zodra het gevaar was geweken, schakelde het immuunsysteem weer terug naar de ruststand. Juist die afwisseling tussen activatie en herstel is essentieel voor een gezond immuunsysteem.
Onze leefomgeving veranderde sneller dan onze biologie
Hoewel onze leefomgeving de afgelopen eeuwen ingrijpend is veranderd, is onze biologie grotendeels hetzelfde gebleven. Ons immuunsysteem functioneert nog altijd volgens principes die zijn ontstaan in een heel andere omgeving.
Onze voorouders leefden in een wereld met:
- veel dagelijkse lichaamsbeweging;
- wisselende beschikbaarheid van voedsel;
- regelmatige blootstelling aan micro-organismen;
- een natuurlijk dag- en nachtritme;
- weinig langdurige psychosociale stress.
De moderne samenleving ziet er heel anders uit. Veel mensen bewegen weinig, eten de hele dag door, slapen korter, ervaren chronische stress en brengen een groot deel van de dag zittend door. Vanuit de evolutionaire geneeskunde wordt deze discrepantie beschreven als een evolutionaire mismatch: een verschil tussen de omgeving waarin ons lichaam is geëvolueerd en de omgeving waarin we tegenwoordig leven (Gluckman & Hanson, 2006; Nesse & Williams, 1994).
Het is belangrijk te benadrukken dat dit een biologisch verklaringsmodel is. Niet iedereen ontwikkelt hierdoor laaggradige ontsteking en niet alle chronische ziekten kunnen ermee worden verklaard. Wel biedt het een bruikbaar kader om te begrijpen waarom bepaalde leefstijlfactoren zoveel invloed hebben op onze gezondheid.
Een immuunsysteem dat voortdurend kleine prikkels ontvangt
Waar het immuunsysteem vroeger vooral kortdurend reageerde op infecties of verwondingen, krijgt het tegenwoordig vaak te maken met langdurige, subtiele prikkels.
Denk bijvoorbeeld aan:
- een langdurig energieoverschot;
- visceraal buikvet;
- chronisch slaaptekort;
- roken;
- lichamelijke inactiviteit;
- langdurige psychosociale stress.
Geen van deze factoren veroorzaakt op zichzelf direct een chronische ontsteking. Wanneer meerdere risicofactoren echter jarenlang aanwezig zijn, kunnen zij samen bijdragen aan een voortdurende lichte activatie van het immuunsysteem (Furman et al., 2019; Hotamisligil, 2017).
Vanuit de kPNI wordt gezondheid daarom gezien als het vermogen van het lichaam om zich aan te passen aan veranderende omstandigheden. Wanneer de belasting langdurig groter is dan het herstelvermogen, kunnen verschillende regulatiesystemen – waaronder het immuunsysteem – geleidelijk ontregeld raken.
Hormese: waarom tijdelijke stress juist gezond kan zijn
Op het eerste gezicht lijkt het logisch om alle vormen van stress zoveel mogelijk te vermijden. Biologisch gezien ligt dat genuanceerder.
Het lichaam is juist ontworpen om zich aan te passen aan kortdurende uitdagingen. Dit verschijnsel wordt hormese genoemd. Een tijdelijke prikkel activeert verschillende herstelmechanismen, waardoor cellen zich beter kunnen aanpassen aan toekomstige belasting (Mattson, 2008).
Voorbeelden van hormetische prikkels zijn:
- regelmatige lichaamsbeweging;
- kortdurende blootstelling aan kou of warmte;
- perioden zonder voedsel (intermitterend vasten);
- voldoende slaap en herstel na inspanning.
Belangrijk is dat hormese iets anders is dan chronische belasting. Waar een tijdelijke uitdaging juist kan bijdragen aan een betere regulatie van het immuunsysteem, kan een langdurige overbelasting hetzelfde systeem ontregelen.
Binnen de kPNI wordt daarom niet alleen gekeken naar de aanwezigheid van stress, maar vooral naar de balans tussen belasting en herstel.
Adaptatie is belangrijker dan perfectie
Vanuit de kPNI wordt gezondheid niet gezien als de volledige afwezigheid van ontsteking of ziekte. Gezondheid is vooral het vermogen van het lichaam om zich aan te passen aan steeds veranderende omstandigheden.
Dat betekent ook dat een ontstekingsreactie niet per definitie slecht is. Pas wanneer het immuunsysteem onvoldoende kan terugkeren naar de ruststand, kan een beschermingsmechanisme geleidelijk bijdragen aan chronische ziekteprocessen.
Het doel van een gezonde leefstijl is daarom niet om iedere ontstekingsreactie te voorkomen, maar om de omstandigheden te creëren waarin het lichaam zich optimaal kan blijven aanpassen.
Risicofactoren
Laaggradige ontsteking ontstaat meestal niet door één enkele oorzaak. Veel vaker is het het resultaat van verschillende leefstijl- en omgevingsfactoren die het immuunsysteem langdurig licht activeren. Niet iedereen reageert op dezelfde manier. Erfelijke aanleg, leeftijd, leefstijl en bestaande aandoeningen bepalen mede hoe gevoelig iemand hiervoor is (Furman et al., 2019).
Hieronder bespreken we de belangrijkste risicofactoren die in wetenschappelijk onderzoek consequent worden geassocieerd met een verhoogde ontstekingsactiviteit.
Overgewicht en buikvet
Niet alle vet is hetzelfde
Lange tijd werd lichaamsgewicht gezien als de belangrijkste risicofactor voor chronische ziekten. Inmiddels weten we dat de plaats waar vet wordt opgeslagen minstens zo belangrijk is.
Vooral visceraal vet, het vet rondom de buikorganen, is metabool actief. Dit vetweefsel produceert verschillende hormonen en cytokinen die invloed hebben op het immuunsysteem. Naarmate vetcellen groter worden, trekken zij meer immuuncellen aan, waardoor de productie van ontstekingsstoffen toeneemt (Ouchi et al., 2011; Hotamisligil, 2017).
Hierdoor wordt buikvet beschouwd als één van de belangrijkste bronnen van laaggradige ontsteking.
Insulineresistentie
Wanneer cellen minder goed reageren op insuline
Insuline zorgt ervoor dat glucose vanuit het bloed kan worden opgenomen door spieren, lever en vetweefsel. Bij insulineresistentie reageren deze cellen minder goed op insuline, waardoor de alvleesklier steeds meer insuline moet produceren om de bloedsuiker onder controle te houden.
Chronische ontsteking en insulineresistentie lijken elkaar wederzijds te versterken. Ontstekingsstoffen zoals TNF-α en IL-6 kunnen de insulinesignalering verstoren, terwijl een langdurig verhoogde insulinespiegel op zijn beurt ontstekingsprocessen kan bevorderen (Hotamisligil, 2017).
Hierdoor ontstaat een vicieuze cirkel die uiteindelijk kan bijdragen aan het ontstaan van diabetes type 2.
Lees ook: Wat is insulineresistentie?
Roken
Meer dan alleen schade aan de longen
Roken heeft niet alleen invloed op de longen, maar op vrijwel het hele lichaam. Stoffen uit tabaksrook veroorzaken oxidatieve stress en beschadigen onder andere het endotheel, de binnenbekleding van de bloedvaten (Ambrose & Barua, 2004).
Hierdoor worden immuuncellen geactiveerd en neemt de productie van ontstekingsstoffen toe. Dit verklaart mede waarom roken een belangrijke risicofactor is voor zowel laaggradige ontsteking als aderverkalking.
Chronische stress
Wanneer het alarmsysteem niet meer uitgaat
Stress is op zichzelf een gezonde reactie. Tijdens een acute stresssituatie zorgen hormonen zoals adrenaline en cortisol ervoor dat het lichaam snel kan reageren.
Problemen ontstaan wanneer stress langdurig aanhoudt. Chronische activatie van het stresssysteem kan de regulatie van het immuunsysteem verstoren en wordt in onderzoek geassocieerd met verhoogde concentraties ontstekingsmarkers (Cohen et al., 2012).
Binnen de kPNI wordt daarom niet alleen gekeken naar de hoeveelheid stress, maar ook naar het herstelvermogen na stress.
Slaaptekort
Herstel vindt plaats tijdens de slaap
Tijdens de slaap vinden tal van herstelprocessen plaats, waaronder de regulatie van het immuunsysteem. Mensen die structureel te weinig slapen, hebben gemiddeld hogere concentraties van verschillende ontstekingsmarkers, waaronder CRP en IL-6 (Irwin, 2019).
Hoewel één slechte nacht waarschijnlijk weinig invloed heeft, lijkt langdurig slaaptekort bij te dragen aan een verhoogde ontstekingsactiviteit.
Lichamelijke inactiviteit
Het lichaam is gemaakt om te bewegen
Regelmatige lichaamsbeweging beïnvloedt veel meer dan alleen de conditie. Tijdens inspanning produceren spieren zogenoemde myokinen, signaalstoffen die communiceren met andere organen en mogelijk bijdragen aan een gezonde immuunregulatie (Pedersen & Febbraio, 2012).
Daarnaast verbetert bewegen de insulinegevoeligheid, ondersteunt het de vaatfunctie en helpt het visceraal vet te verminderen. Hierdoor wordt lichamelijke activiteit in vrijwel alle internationale richtlijnen aanbevolen als onderdeel van de preventie van chronische ziekten (Visseren et al., 2021).
Een ongezond voedingspatroon
Het totaalplaatje is belangrijker dan één voedingsmiddel
In de media wordt vaak gesproken over "ontstekingsbevorderende" of "ontstekingsremmende" voedingsmiddelen. Wetenschappelijk gezien ligt dit genuanceerder.
De meeste studies richten zich niet op afzonderlijke producten, maar op voedingspatronen. Een voedingspatroon rijk aan groenten, fruit, noten, vis en olijfolie wordt in onderzoek geassocieerd met lagere concentraties van verschillende ontstekingsmarkers en een lager risico op hart- en vaatziekten (Estruch et al., 2018).
Daarentegen worden voedingspatronen met veel ultrabewerkte producten, geraffineerde koolhydraten en suikerhoudende dranken vaker geassocieerd met een verhoogde ontstekingsactiviteit. Deze relatie wordt echter mede beïnvloed door factoren zoals lichaamsgewicht, lichamelijke activiteit en sociaaleconomische omstandigheden.
Risicofactoren versterken elkaar
In de praktijk komen deze risicofactoren zelden afzonderlijk voor. Iemand met overgewicht beweegt bijvoorbeeld vaak minder, slaapt mogelijk slechter en heeft vaker insulineresistentie. Hierdoor kunnen verschillende biologische processen elkaar versterken.
Vanuit de kPNI is het daarom vaak zinvoller om naar het totale leefstijlpatroon te kijken dan naar één afzonderlijke risicofactor. Het doel is niet om één oorzaak aan te wijzen, maar om inzicht te krijgen in welke factoren gezamenlijk bijdragen aan een langdurige activatie van het immuunsysteem.
Samenvatting
Laaggradige ontsteking is een chronische, milde activatie van het immuunsysteem die meestal onopgemerkt verloopt. In tegenstelling tot een acute ontsteking is er geen duidelijke infectie of verwonding aanwezig, maar blijft het immuunsysteem langdurig licht actief.
Steeds meer wetenschappelijk onderzoek laat zien dat laaggradige ontsteking betrokken is bij het ontstaan en de progressie van verschillende chronische aandoeningen, waaronder hart- en vaatziekten, diabetes type 2 en leververvetting. Tegelijkertijd is het belangrijk te beseffen dat laaggradige ontsteking meestal één van meerdere biologische mechanismen is en niet de enige oorzaak van ziekte.
Een gezonde leefstijl kan bijdragen aan een betere regulatie van het immuunsysteem. Daarbij lijkt vooral de combinatie van voldoende beweging, een gezond voedingspatroon, een gezond gewicht, voldoende slaap en het vermijden van roken van belang.
Veelgestelde vragen
Is laaggradige ontsteking hetzelfde als een gewone ontsteking?
Nee. Een acute ontsteking is een normale afweerreactie op een infectie of beschadiging en verdwijnt meestal zodra het probleem is opgelost. Laaggradige ontsteking is een langdurige, milde activatie van het immuunsysteem zonder duidelijke infectie of verwonding.
Kun je laaggradige ontsteking voelen?
Meestal niet. Sommige mensen ervaren aspecifieke klachten, zoals vermoeidheid of een verminderd herstelvermogen, maar deze klachten zijn niet specifiek voor laaggradige ontsteking en kunnen veel andere oorzaken hebben.
Welke bloedwaarde is het belangrijkst?
Er bestaat geen enkele bloedwaarde waarmee laaggradige ontsteking definitief kan worden vastgesteld. hs-CRP is de meest onderzochte marker, maar wordt altijd beoordeeld in combinatie met andere risicofactoren en de klinische context.
Kan voeding laaggradige ontsteking verminderen?
De sterkste wetenschappelijke onderbouwing bestaat voor een gezond voedingspatroon als geheel, met name het mediterrane voedingspatroon. Voor afzonderlijke voedingsmiddelen of supplementen is het bewijs vaak minder sterk.
Is laaggradige ontsteking omkeerbaar?
Dat hangt af van de onderliggende oorzaak. Bij sommige mensen kunnen ontstekingsmarkers afnemen wanneer risicofactoren, zoals overgewicht of roken, worden aangepakt. Dit verschilt echter per persoon en per aandoening.
Benieuwd wat de onderliggende oorzaken van jouw klachten zijn?
Laaggradige ontsteking is geen diagnose, maar een biologisch mechanisme dat een rol kan spelen bij uiteenlopende chronische klachten en aandoeningen. De uitdaging is dat dit mechanisme zelden op zichzelf staat. Vaak spelen meerdere factoren tegelijkertijd een rol, zoals voeding, slaap, stress, beweging, darmgezondheid of de stofwisseling.
Binnen mijn praktijk kijk ik daarom niet alleen naar symptomen, maar vooral naar de onderliggende biologische processen die mogelijk bijdragen aan het ontstaan of in stand houden van klachten. Daarbij werk ik vanuit de klinische psycho-neuro-immunologie (kPNI), waarbij leefstijl, wetenschap en een integrale benadering centraal staan.
Wil je weten welke factoren in jouw situatie mogelijk een rol spelen?
Plan dan een vrijblijvende kennismaking. Tijdens dit gesprek bespreken we jouw klachten, gezondheidsgeschiedenis en doelen. Zo krijg je een eerlijk beeld of een kPNI-traject bij jou past.
Benieuwd wat de kPNI voor jou kan betekenen?

Wat zegt de wetenschap?
Laaggradige ontsteking is de afgelopen twintig jaar uitgegroeid tot één van de meest onderzochte biologische mechanismen binnen de geneeskunde. Vooral op het gebied van hart- en vaatziekten, diabetes type 2 en obesitas bestaat inmiddels sterke wetenschappelijke consensus dat chronische immuunactivatie een belangrijke rol speelt bij het ontstaan en de progressie van ziekte (Libby, 2021; Visseren et al., 2021).
Tegelijkertijd is het belangrijk om onderscheid te maken tussen associatie en causaliteit. Voor sommige ziektebeelden is overtuigend aangetoond dat ontstekingsprocessen daadwerkelijk bijdragen aan het ziekteproces. Voor andere aandoeningen is vooral sprake van observationeel bewijs en wordt nog onderzocht in hoeverre laaggradige ontsteking een oorzaak, een gevolg of beide is.
Sterkte van het bewijs
| Onderdeel | Beoordeling |
|---|---|
| Internationale consensus | ⭐⭐⭐⭐⭐ Sterk |
| Richtlijnen | ✅ ESC, AHA, ADA |
| Systematische reviews | ✅ Ruim beschikbaar |
| Meta-analyses | ✅ Ruim beschikbaar |
| Gerandomiseerde studies (RCT's) | ✅ Beschikbaar, met name binnen cardiovasculair onderzoek |
| Observationele studies | ✅ Zeer veel beschikbaar |
| Mechanistisch onderzoek | ✅ Uitgebreid |
Waarover bestaat brede consensus?
Er bestaat brede internationale consensus dat laaggradige ontsteking een belangrijke rol speelt bij:
- aderverkalking en hart- en vaatziekten (Libby, 2021);
- obesitas en visceraal buikvet (Hotamisligil, 2017);
- insulineresistentie en diabetes type 2 (Hotamisligil, 2017);
- metabool syndroom (Visseren et al., 2021).
Daarnaast zijn er sterke aanwijzingen voor een rol bij onder andere niet-alcoholische leververvetting (MASLD), chronische nierziekte en sommige auto-immuunziekten, al verschilt de sterkte van het bewijs per aandoening (Tilg et al., 2021).
Wat weten we nog niet?
Ondanks de grote hoeveelheid onderzoek blijven verschillende vragen onbeantwoord.
Zo is nog niet altijd duidelijk:
- waarom sommige mensen wel en anderen geen chronische laaggradige ontsteking ontwikkelen;
- welke biomarkers het meest geschikt zijn om laaggradige ontsteking betrouwbaar te meten;
- welke leefstijlinterventies bij welke patiëntengroepen het grootste effect hebben;
- in welke mate laaggradige ontsteking een oorzaak of juist een gevolg is van bepaalde chronische aandoeningen.
Juist daarom blijft vervolgonderzoek noodzakelijk.
Klinische relevantie
Voor de dagelijkse praktijk betekent dit dat laaggradige ontsteking niet als een afzonderlijke ziekte moet worden beschouwd, maar als een biologisch mechanisme dat onderdeel kan zijn van verschillende chronische aandoeningen. Daarom adviseren internationale richtlijnen om niet uitsluitend naar ontstekingsmarkers te kijken, maar altijd het totale cardiometabole risicoprofiel en de klinische context mee te nemen bij diagnostiek en behandeling (Visseren et al., 2021).
Belangrijkste bronnen waarop dit artikel is gebaseerd
Ambrose JA, Barua RS. The pathophysiology of cigarette smoking and cardiovascular disease: an update. J Am Coll Cardiol. 2004 May 19;43(10):1731-7. doi: 10.1016/j.jacc.2003.12.047. PMID: 15145091.
Calder PC, Ahluwalia N, Albers R, Bosco N, Bourdet-Sicard R, Haller D, Holgate ST, Jönsson LS, Latulippe ME, Marcos A, Moreines J, M'Rini C, Müller M, Pawelec G, van Neerven RJ, Watzl B, Zhao J. A consideration of biomarkers to be used for evaluation of inflammation in human nutritional studies. Br J Nutr. 2013 Jan;109 Suppl 1:S1-34. doi: 10.1017/S0007114512005119. PMID: 23343744.
Cani PD, Amar J, Iglesias MA, Poggi M, Knauf C, Bastelica D, Neyrinck AM, Fava F, Tuohy KM, Chabo C, Waget A, Delmée E, Cousin B, Sulpice T, Chamontin B, Ferrières J, Tanti JF, Gibson GR, Casteilla L, Delzenne NM, Alessi MC, Burcelin R. Metabolic endotoxemia initiates obesity and insulin resistance. Diabetes. 2007 Jul;56(7):1761-72. doi: 10.2337/db06-1491. Epub 2007 Apr 24. PMID: 17456850.
Cohen S, Janicki-Deverts D, Doyle WJ, Miller GE, Frank E, Rabin BS, Turner RB. Chronic stress, glucocorticoid receptor resistance, inflammation, and disease risk. Proc Natl Acad Sci U S A. 2012 Apr 17;109(16):5995-9. doi: 10.1073/pnas.1118355109. Epub 2012 Apr 2. PMID: 22474371; PMCID: PMC3341031.
Estruch R, Ros E, Salas-Salvadó J, Covas MI, Corella D, Arós F, Gómez-Gracia E, Ruiz-Gutiérrez V, Fiol M, Lapetra J, Lamuela-Raventos RM, Serra-Majem L, Pintó X, Basora J, Muñoz MA, Sorlí JV, Martínez JA, Fitó M, Gea A, Hernán MA, Martínez-González MA; PREDIMED Study Investigators. Primary Prevention of Cardiovascular Disease with a Mediterranean Diet Supplemented with Extra-Virgin Olive Oil or Nuts. N Engl J Med. 2018 Jun 21;378(25):e34. doi: 10.1056/NEJMoa1800389. Epub 2018 Jun 13. PMID: 29897866.
Furman D, Campisi J, Verdin E, Carrera-Bastos P, Targ S, Franceschi C, Ferrucci L, Gilroy DW, Fasano A, Miller GW, Miller AH, Mantovani A, Weyand CM, Barzilai N, Goronzy JJ, Rando TA, Effros RB, Lucia A, Kleinstreuer N, Slavich GM. Chronic inflammation in the etiology of disease across the life span. Nat Med. 2019 Dec;25(12):1822-1832. doi: 10.1038/s41591-019-0675-0. Epub 2019 Dec 5. PMID: 31806905; PMCID: PMC7147972.
Gluckman, P. D., & Hanson, M. A. (2006). Mismatch: Why our world no longer fits our bodies. Oxford University Press.
Hotamisligil GS. Foundations of Immunometabolism and Implications for Metabolic Health and Disease. Immunity. 2017 Sep 19;47(3):406-420. doi: 10.1016/j.immuni.2017.08.009. PMID: 28930657; PMCID: PMC5627521.
Irwin MR. Sleep and inflammation: partners in sickness and in health. Nat Rev Immunol. 2019 Nov;19(11):702-715. doi: 10.1038/s41577-019-0190-z. PMID: 31289370.
Emerging Risk Factors Collaboration; Kaptoge S, Di Angelantonio E, Lowe G, Pepys MB, Thompson SG, Collins R, Danesh J. C-reactive protein concentration and risk of coronary heart disease, stroke, and mortality: an individual participant meta-analysis. Lancet. 2010 Jan 9;375(9709):132-40. doi: 10.1016/S0140-6736(09)61717-7. Epub 2009 Dec 22. PMID: 20031199; PMCID: PMC3162187.
Libby P. The changing landscape of atherosclerosis. Nature. 2021 Apr;592(7855):524-533. doi: 10.1038/s41586-021-03392-8. Epub 2021 Apr 21. PMID: 33883728.
Mattson MP. Hormesis defined. Ageing Res Rev. 2008 Jan;7(1):1-7. doi: 10.1016/j.arr.2007.08.007. Epub 2007 Dec 5. PMID: 18162444; PMCID: PMC2248601.
Medzhitov R. Origin and physiological roles of inflammation. Nature. 2008 Jul 24;454(7203):428-35. doi: 10.1038/nature07201. PMID: 18650913.
Nesse, R. M., & Williams, G. C. (1994). Why we get sick: The new science of Darwinian medicine. Vintage Books.
Ouchi N, Parker JL, Lugus JJ, Walsh K. Adipokines in inflammation and metabolic disease. Nat Rev Immunol. 2011 Feb;11(2):85-97. doi: 10.1038/nri2921. Epub 2011 Jan 21. PMID: 21252989; PMCID: PMC3518031.
Pedersen BK, Febbraio MA. Muscles, exercise and obesity: skeletal muscle as a secretory organ. Nat Rev Endocrinol. 2012 Apr 3;8(8):457-65. doi: 10.1038/nrendo.2012.49. PMID: 22473333.
Ridker PM. From C-Reactive Protein to Interleukin-6 to Interleukin-1: Moving Upstream To Identify Novel Targets for Atheroprotection. Circ Res. 2016 Jan 8;118(1):145-56. doi: 10.1161/CIRCRESAHA.115.306656. PMID: 26837745; PMCID: PMC4793711.
Tilg H, Adolph TE, Dudek M, Knolle P. Non-alcoholic fatty liver disease: the interplay between metabolism, microbes and immunity. Nat Metab. 2021 Dec;3(12):1596-1607. doi: 10.1038/s42255-021-00501-9. Epub 2021 Dec 20. PMID: 34931080.
Visseren FLJ, Mach F, Smulders YM, Carballo D, Koskinas KC, Bäck M, Benetos A, Biffi A, Boavida JM, Capodanno D, Cosyns B, Crawford C, Davos CH, Desormais I, Di Angelantonio E, Franco OH, Halvorsen S, Hobbs FDR, Hollander M, Jankowska EA, Michal M, Sacco S, Sattar N, Tokgozoglu L, Tonstad S, Tsioufis KP, van Dis I, van Gelder IC, Wanner C, Williams B; ESC National Cardiac Societies; ESC Scientific Document Group. 2021 ESC Guidelines on cardiovascular disease prevention in clinical practice. Eur Heart J. 2021 Sep 7;42(34):3227-3337. doi: 10.1093/eurheartj/ehab484. Erratum in: Eur Heart J. 2022 Nov 7;43(42):4468. doi: 10.1093/eurheartj/ehac458. PMID: 34458905.
