• Home
  • /
  • Blog
  • /
  • Waarom hoge triglyceriden soms belangrijker zijn dan een hoog cholesterol
Vincent van der Heiden

Wanneer mensen hun bloeduitslag bekijken, letten ze meestal als eerste op hun cholesterol.

Dat is begrijpelijk.

Toch kijken artsen en onderzoekers steeds vaker ook naar triglyceriden. Bij sommige mensen vertellen deze vetten namelijk meer over de gezondheid van de stofwisseling dan het cholesterolgehalte alleen.

Een verhoogd triglyceridengehalte kan wijzen op insulineresistentie, een overbelaste lever en een verhoogde productie van VLDL-deeltjes. Juist deze processen spelen een belangrijke rol bij het ontstaan van atherosclerose (aderverkalking) en hart- en vaatziekten (Miller et al., 2011; Nordestgaard et al., 2014).

Wat zijn triglyceriden?

Triglyceriden zijn de belangrijkste opslagvorm van vet in het lichaam. Je kunt ze zien als de brandstoftank van je lichaam.

Wanneer je meer energie binnenkrijgt dan je direct verbruikt, zet de lever een deel daarvan om in triglyceriden. Deze worden opgeslagen in vetweefsel en later weer vrijgemaakt wanneer het lichaam energie nodig heeft. Triglyceriden zijn dus niet slecht. Integendeel. Ze vormen een normale en belangrijke energievoorraad.

Wanneer worden triglyceriden te hoog?

Na een maaltijd stijgen triglyceriden tijdelijk. Dat is normaal. Problematisch wordt het wanneer de triglyceriden ook nuchter verhoogd blijven.

Dat zien we vaker bij:

  • overgewicht;
  • buikvet;
  • insulineresistentie;
  • diabetes type 2;
  • weinig beweging;
  • overmatig alcoholgebruik;
  • een voedingspatroon rijk aan snelle koolhydraten en suiker.

Vooral de combinatie van hoge triglyceriden en een lage HDL-waarde verdient aandacht (Visseren et al., 2021).

De lever speelt een hoofdrol

De lever is de centrale fabriek van de vetstofwisseling. Wanneer er langdurig veel glucose en vooral fructose wordt aangeboden, kan de lever dit omzetten in nieuwe vetzuren. Dit proces heet de novo lipogenese (het zelf aanmaken van vet uit koolhydraten).

De nieuw gevormde vetten worden vervolgens verpakt in VLDL-deeltjes (Very Low Density Lipoproteins). Je kunt VLDL zien als een vrachtwagen die vooral triglyceriden vervoert. Hoe harder de lever moet werken, hoe meer VLDL hij doorgaans produceert.

Fructose: een bijzondere suiker

Fructose komt van nature voor in fruit. In een stuk fruit is dat meestal geen probleem, omdat je tegelijkertijd vezels, vitamines en relatief weinig fructose binnenkrijgt. Anders wordt het bij grote hoeveelheden:

  • frisdrank;
  • vruchtensappen;
  • energiedrank;
  • snoep;
  • producten met glucose-fructosestroop.

Fructose wordt vrijwel volledig door de lever verwerkt. Bij een chronisch hoge inname kan dit bijdragen aan:

  • meer vetaanmaak in de lever;
  • niet-alcoholische leververvetting (NAFLD);
  • hogere triglyceriden;
  • meer VLDL-productie;
  • insulineresistentie.

Niet fructose op zichzelf, maar vooral de hoeveelheid en de context waarin we het consumeren lijken hierbij van belang.

Van VLDL naar kleine, dichte LDL

VLDL blijft niet hetzelfde. Tijdens zijn reis door de bloedbaan geeft VLDL triglyceriden af aan spieren en vetweefsel. Daardoor verandert het uiteindelijk in LDL. Wanneer er langdurig veel triglyceriden aanwezig zijn, ontstaan relatief vaker kleine, dichte LDL-deeltjes (small dense LDL).

Deze kleine LDL-deeltjes lijken ongunstiger omdat zij:

  • gemakkelijker de vaatwand binnendringen;
  • gevoeliger zijn voor oxidatie;
  • langer in de bloedbaan blijven circuleren.

Daardoor kunnen zij gemakkelijker bijdragen aan plaquevorming (Ference et al., 2017).

De triglyceriden/HDL-ratio vertelt vaak meer

Steeds meer onderzoekers kijken niet alleen naar afzonderlijke waarden, maar ook naar de triglyceriden/HDL-ratio. Deze verhouding geeft een indruk van de metabole gezondheid.

In het algemeen geldt:

  • lage triglyceriden + hoog HDL = gunstig
  • hoge triglyceriden + laag HDL = ongunstiger

Een verhoogde TG/HDL-ratio wordt in verband gebracht met:

  • insulineresistentie;
  • leververvetting;
  • kleine, dichte LDL-deeltjes;
  • een verhoogd cardiovasculair risico.

Hoewel deze ratio niet officieel onderdeel is van alle richtlijnen, gebruiken veel artsen en onderzoekers haar als aanvullende marker voor metabole gezondheid (Miller et al., 2011; Nordestgaard et al., 2014).

Wat kun je zelf doen?

Het goede nieuws is dat triglyceriden vaak sterk reageren op leefstijl. De grootste winst wordt meestal niet bereikt door minder vet te eten, maar door de stofwisseling gezonder te maken.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • afvallen bij overgewicht;
  • vermindering van buikvet;
  • minder suikerhoudende dranken;
  • minder ultrabewerkte voeding;
  • een mediterraan voedingspatroon;
  • voldoende eiwitten;
  • regelmatige kracht- en duurtraining;
  • beperken van alcohol;
  • voldoende slaap.

Ook een hogere omega-3-index kan bijdragen aan lagere triglyceriden.

Hoe kijken we hier binnen de kPNI naar?

Binnen de klinische psycho-neuro-immunologie kijken we niet alleen naar cholesterolwaarden, maar vooral naar de onderliggende stofwisseling. Verhoogde triglyceriden zijn vaak een signaal dat het lichaam moeite heeft om energie goed te verwerken.

Daarom kijken we tijdens een consult onder andere naar:

  • voeding;
  • insulinegevoeligheid;
  • buikomvang;
  • beweging;
  • slaap;
  • stress;
  • levergezondheid;
  • ontstekingsactiviteit.

Zo proberen we niet alleen een bloedwaarde te verbeteren, maar vooral de oorzaak ervan aan te pakken.

Samenvatting

Triglyceriden zijn een normale en noodzakelijke vorm van energieopslag. Blijven ze langdurig verhoogd, dan kan dat wijzen op een verstoorde stofwisseling, insulineresistentie of een overbelaste lever.

Juist daarom zeggen triglyceriden soms méér over je metabole gezondheid dan alleen het totale cholesterol.

Door te kijken naar het totaalplaatje – waaronder de TG/HDL-ratio, leefstijl en leverfunctie – ontstaat een completer beeld van het risico op hart- en vaatziekten.

👉 Lees ook ons hoofdartikel: Waarom ontstaat aderverkalking? Meer dan alleen cholesterol.

Infographic triglyceriden

Referenties

Ference, B. A., Ginsberg, H. N., Graham, I., Ray, K. K., Packard, C. J., Bruckert, E., ... Catapano, A. L. (2017). Low-density lipoproteins cause atherosclerotic cardiovascular disease. European Heart Journal, 38(32), 2459-2472. https://doi.org/10.1093/eurheartj/ehx144

Miller, M., Stone, N. J., Ballantyne, C., Bittner, V., Criqui, M. H., Ginsberg, H. N., ... Triglycerides and Cardiovascular Disease Scientific Statement Writing Group. (2011). Triglycerides and cardiovascular disease: A scientific statement from the American Heart Association. Circulation, 123(20), 2292-2333. https://doi.org/10.1161/CIR.0b013e3182160726

Nordestgaard, B. G., Varbo, A., & Tybjærg-Hansen, A. (2014). Triglycerides and cardiovascular disease. The Lancet, 384(9943), 626-635. https://doi.org/10.1016/S0140-6736(14)61177-6

Visseren, F. L. J., Mach, F., Smulders, Y. M., Carballo, D., Koskinas, K. C., Bäck, M., ... ESC National Cardiac Societies. (2021). 2021 ESC Guidelines on cardiovascular disease prevention in clinical practice. European Heart Journal, 42(34), 3227-3337. https://doi.org/10.1093/eurheartj/ehab484

Gepubliceerd: juli 13, 2026
Wordt periodiek geüpdatet op basis van van actuele richtlijnen en wetenschappelijke literatuur.
Over de auteur

Vincent is klinisch psycho-neuro-immunoloog (kPNI) en gespecialiseerd in leefstijlgeneeskunde. Met kPNIGeneeskunde.nl wil hij wetenschappelijke kennis over gezondheid begrijpelijk en toegankelijk maken voor iedereen die wil begrijpen hoe chronische aandoeningen ontstaan en wat leefstijl kan bijdragen aan het behoud van gezondheid. Zijn artikelen zijn gebaseerd op actuele wetenschappelijke literatuur en richten zich op de biologische mechanismen achter ziekte, met speciale aandacht voor hart- en vaatgezondheid, metabole gezondheid en laaggradige ontsteking.