• Home
  • /
  • Blog
  • /
  • Prikkelbare darm syndroom (IBS), PMS en acne: de link tussen darmklachten, hormonen en stress
Vincent van der Heiden

Leestijd: ±10 minuten of kijk deze video:

Een opgeblazen buik, buikpijn na het eten, afwisselend diarree en obstipatie, vermoeidheid, acne die telkens rondom de menstruatie opvlamt en hevige PMS-klachten. Voor veel vrouwen lijken dit losse symptomen die ieder afzonderlijk worden behandeld, terwijl ze in de praktijk opvallend vaak samen voorkomen. In hoeverre hangen het prikkelbare darm syndroom, menstruatieklachten en acne samen?

Steeds meer onderzoek laat zien dat het prikkelbare darm syndroom (IBS), PMS en acne biologisch met elkaar verbonden kunnen zijn via de darm-brein-as. Factoren zoals darmflora, hormonen, stress, neurotransmitters en laaggradige ontsteking beïnvloeden elkaar voortdurend en kunnen bijdragen aan buikpijn, hormonale klachten en huidproblemen.

Toch wordt het grotere plaatje lang niet altijd herkend.

De rol van de darm-brein-as

Binnen de wetenschap groeit vooral de aandacht voor de zogenaamde darm-brein-as: het communicatienetwerk tussen darm, zenuwstelsel, hormonen en immuunsysteem (Chen et al., 2022). Veranderingen in de darmflora kunnen invloed hebben op neurotransmitters zoals serotonine en histamine, terwijl stress en hormonale schommelingen op hun beurt weer invloed kunnen hebben op de darm en het immuunsysteem.

Daardoor ontstaat een complex netwerk waarin processen zoals:

  • darmdoorlaatbaarheid,
  • laaggradige ontsteking,
  • hormonale regulatie,
  • pijngevoeligheid,
  • en metabole ontregeling

mogelijk met elkaar samenhangen.

Een praktijkcasus: IBS, PMS en acne

In dit blog bespreek ik een casus uit mijn praktijk van een vrouw van 30 jaar met IBS, acne en PMS-klachten. Bij haar namen vooral de buikpijn en darmklachten duidelijk af door relatief eenvoudige leefstijlinterventies, zoals:

  • minder eetmomenten,
  • meer focus op vetten en eiwitten,
  • meer seafood,
  • minder gluten,
  • en minder suiker.

Geen wonderdieet, wel systeemdenken

Belangrijk om daarbij kritisch en genuanceerd te blijven: dit artikel is nadrukkelijk geen pleidooi voor een “wonderdieet”. IBS is complex en niet iedere patiënt heeft dezelfde oorzaak of reageert hetzelfde op voeding.

Wel laat deze casus zien dat systeemdenken zoals in de klinische psycho-neuro-immunologie (kPNI) soms nieuwe aanknopingspunten kan bieden wanneer buikklachten, hormonale klachten en huidproblemen steeds blijven terugkomen.

Wat is prikkelbare darm syndroom eigenlijk?

Prikkelbare darm syndroom is een veelvoorkomende darmklacht waarbij mensen last hebben van terugkerende buikpijn in combinatie met veranderingen in de stoelgang (Ford, Lacy, & Talley, 2017). Volgens de Rome IV-criteria moet die buikpijn samenhangen met veranderingen in frequentie, consistentie of het ontlastingspatroon, en moeten de klachten bovendien al langere tijd aanwezig zijn.

Binnen IBS worden verschillende subtypes onderscheiden. Sommige mensen hebben vooral last van obstipatie (IBS-C), anderen juist van diarree (IBS-D), terwijl bij een deel van de patiënten beide elkaar afwisselen (IBS-M). Soms passen de klachten niet duidelijk binnen één subtype.

Van “functioneel” naar biologisch verklaringsmodel

Lange tijd werd IBS vooral gezien als een zogenaamde functionele aandoening. Daarmee werd bedoeld dat er geen duidelijke structurele schade zichtbaar was in de darm. Veel patiënten kregen daardoor — direct of indirect — de boodschap dat stress waarschijnlijk de oorzaak was.

Dat beeld is inmiddels sterk veranderd. Stress wordt niet altijd meer gezien als de hoofdoorzaak van darmklachten.

Steeds meer onderzoek laat zien dat er bij IBS wel degelijk biologische veranderingen kunnen optreden. Zo worden bij een deel van de patiënten afwijkingen gezien in:

  • de samenstelling van de darmflora,
  • darmdoorlaatbaarheid,
  • mestcelactiviteit (bepaald type immuuncel),
  • serotonine- en histaminesignalering (neurotransmitters),
  • en de communicatie binnen de darm-brein-as.

Daarnaast lijkt er vaak sprake van viscerale hypersensitiviteit: een verhoogde gevoeligheid van de darmzenuwen, waardoor normale prikkels sneller als pijn of ongemak worden ervaren (Farzaei et al., 2016); Ford et al., 2017).

IBS is geen “ingebeelde” aandoening

Dat betekent niet dat er één duidelijke oorzaak van IBS bestaat. IBS blijft een complexe en multifactoriële aandoening waarbij voeding, stress, hormonen, darmflora, slaap en leefstijl allemaal een rol kunnen spelen.

Wel maakt het huidige onderzoek steeds duidelijker dat IBS geen “ingebeelde” aandoening is. Ook wanneer er op een scan of scopie geen duidelijke schade zichtbaar is, kunnen er op biologisch niveau wel degelijk verstoringen aanwezig zijn die bijdragen aan buikpijn, een opgeblazen gevoel en veranderingen in de stoelgang.

Infographic: wat is IBS?

De darm-brein-as: waarom de darm geen losse buis is

De darm doet veel meer dan alleen voedsel verteren. In de darm bevinden zich honderden miljoenen zenuwcellen en een groot deel van de neurotransmitters van het lichaam wordt hier geproduceerd, waaronder serotonine. Niet voor niets wordt de darm soms het “tweede brein” genoemd.

Steeds meer onderzoek laat zien dat darmbacteriën voortdurend communiceren met:

  • het immuunsysteem,
  • de nervus vagus,
  • hormonen,
  • en verschillende neurotransmitters.

Neurotransmitters en IBS

Onderzoek laat zien dat neurotransmitters zoals serotonine, dopamine, GABA en histamine een belangrijke rol spelen binnen de microbiota-darm-brein-as bij IBS (Chen et al., 2022). Dat is relevant, omdat deze neurotransmitters niet alleen invloed hebben op de darmwerking zelf, maar ook betrokken zijn bij processen zoals pijnverwerking, stemming en stressregulatie.

Verstoringen in deze systemen kunnen invloed hebben op:

  • darmmotiliteit,
  • gevoeligheid van de darm,
  • slaap,
  • stemming,
  • stressreacties,
  • en hormonale balans.

Dat helpt mogelijk verklaren waarom veel mensen met IBS niet alleen buikklachten ervaren, maar ook symptomen zoals vermoeidheid, migraine, angstklachten of stemmingswisselingen.

IBS is vaak meer dan alleen een darmprobleem

Bij veel patiënten lijkt IBS daarom onderdeel van een breder netwerk waarin darm, zenuwstelsel, hormonen en immuunsysteem elkaar voortdurend beïnvloeden. Dat betekent niet dat alle klachten automatisch “uit de darm komen”, maar wel dat het lichaam minder losstaande systemen kent dan vroeger werd gedacht.

Juist daarom zien we bij IBS relatief vaak combinaties van klachten zoals:

  • PMS,
  • vermoeidheid,
  • migraine,
  • huidproblemen zoals acne,
  • angstklachten,
  • of verhoogde stressgevoeligheid.

De darm-brein-as vormt daarmee een interessant verklaringsmodel voor waarom zulke uiteenlopende symptomen soms toch met elkaar verbonden blijken te zijn.

Brain-gut-axis

Waarom PMS en IBS vaak samen voorkomen

In de casus die ik begeleidde, verergerden de darmklachten duidelijk rondom de menstruatie. Dat patroon zie ik vaker terug bij vrouwen met IBS en wordt ook steeds beter onderbouwd in de wetenschappelijke literatuur. Hormonen blijken namelijk niet alleen invloed te hebben op de voortplantingsorganen, maar ook op de darm, het immuunsysteem en het zenuwstelsel.

De invloed van hormonen op de darm

Vooral oestrogenen lijken een belangrijke rol te spelen binnen de darm-brein-as (So & Savidge 2021). Deze hormonen beïnvloeden onder andere mestcelactiviteit, serotoninesignalering, darmmotiliteit en pijnreceptoren zoals TRPV1. Daardoor kunnen hormonale schommelingen gedurende de cyclus invloed hebben op hoe gevoelig de darm reageert op prikkels.

Met name in de luteale fase — de periode vlak vóór de menstruatie — kunnen vrouwen daardoor meer last krijgen van:

  • buikpijn,
  • een opgeblazen gevoel,
  • veranderde stoelgang,
  • of verhoogde gevoeligheid van de darm.

Dat helpt mogelijk verklaren waarom IBS-klachten bij sommige vrouwen duidelijk cyclisch verlopen.

De rol van de darmflora bij PMS-klachten

Daarnaast lijkt ook de darmflora betrokken te zijn bij hormonale regulatie. Binnen de wetenschap wordt steeds vaker gesproken over het zogenaamde estroboloom: darmbacteriën die betrokken zijn bij het metaboliseren en recyclen van oestrogenen.

Bij een verstoring van de darmflora kan de activiteit van bepaalde enzymen, zoals β-glucuronidase, toenemen. Daardoor kunnen oestrogenen sterker worden terug opgenomen in de bloedbaan. Mogelijk draagt dat bij aan:

  • PMS-klachten,
  • verhoogde mestcelactiviteit,
  • hormonale disbalans,
  • en verergering van IBS-symptomen.

PMS is niet “een darmprobleem”

Belangrijk is om hierin genuanceerd te blijven. Dit betekent niet dat PMS simpelweg “door de darm” wordt veroorzaakt. Hormonale klachten zijn complex en worden beïnvloed door veel factoren, waaronder genetica, stress, slaap, voeding, lichaamsvetpercentage en leefstijl.

Wel laat het huidige onderzoek zien dat de darm bij een deel van de vrouwen een relevante schakel kan zijn binnen dit grotere hormonale netwerk. Daardoor kan een systeemgerichte benadering soms nieuwe inzichten geven wanneer klachten steeds blijven terugkomen.

Acne: wat heeft de huid met de darm te maken?

Ook acne werd in deze casus duidelijk erger in periodes met veel snacken, frequente eetmomenten, meer suikerinname en verhoogde stress. Een systematische review van (Meixiong et al., 2022) beschrijft onder andere verbanden tussen voeding, insuline/IGF-1-signalering en acne, waarin voeding en metabole signalering steeds serieuzer worden genomen als mogelijke beïnvloedende factoren.

Een hoge maaltijdfrequentie en veel snelle koolhydraten kunnen leiden tot:

Die metabole veranderingen kunnen vervolgens:

  • talgproductie stimuleren,
  • de groei van keratinocyten (huidcellen) bevorderen,
  • en bijdragen aan acnevorming.

Interessant genoeg beïnvloeden dezelfde signalen óók processen die relevant zijn bij IBS, zoals:

  • darmdoorlaatbaarheid,
  • laaggradige ontsteking,
  • en veranderingen in de darmflora.

Dat betekent niet dat acne simpelweg “door suiker” ontstaat. Acne is multifactorieel en wordt beïnvloed door genetica, hormonen, stress, slaap, huidmicrobioom en leefstijl. Wel lijkt metabole ontregeling bij een deel van de mensen een belangrijke versterkende factor te zijn.

Early life stress en IBS

Een fascinerend onderdeel van het huidige IBS-onderzoek gaat over de invloed van vroege stress op het zenuwstelsel. Mensen met IBS rapporteren gemiddeld vaker ervaringen zoals chronische stress, emotionele verwaarlozing, onveiligheid in de jeugd of traumatische gebeurtenissen (Joshee et al., 2022). Dat betekent nadrukkelijk niet dat IBS “psychisch” is, maar wel dat langdurige stress biologische sporen kan nalaten in systemen die betrokken zijn bij pijn, darmwerking en stressregulatie.

Hoe stress het zenuwstelsel kan primen

Onderzoek laat zien dat vroege stress de ontwikkeling van de HPA-as — het centrale stresssysteem van het lichaam — kan beïnvloeden (Videlock et al., 2009). Hierdoor kan het autonome zenuwstelsel gevoeliger worden afgesteld en kan de pijndrempel van de darm langdurig dalen. Het zenuwstelsel blijft als het ware sneller “aan” staan, ook wanneer er objectief gezien geen directe dreiging meer is.

Dat kan zich uiten in klachten zoals:

  • buikpijn of darmkrampen,
  • hyperalertheid,
  • slaapproblemen,
  • verhoogde stressgevoeligheid,
  • chronische spanning,
  • of een sterkere reactie op voeding en hormonale schommelingen.

De darm-brein-as bij IBS

De darm reageert namelijk sterk op signalen vanuit het zenuwstelsel en het immuunsysteem. Het is geen passieve verteringsbuis, maar een actief sensorisch orgaan dat voortdurend informatie verwerkt over voeding, veiligheid en stress.

Binnen de wetenschap wordt daarom steeds vaker gesproken over “priming” van de darm-brein-as: een toestand waarbij stresssystemen langdurig gevoeliger zijn geworden, waardoor normale prikkels sneller als pijn of ongemak kunnen worden ervaren. Dat helpt mogelijk verklaren waarom sommige mensen met IBS sterk reageren op voeding, hormonale schommelingen of emotionele belasting, terwijl anderen daar nauwelijks last van hebben.

Wat was de oplossing voor de klachten van mijn client?

Een opvallend onderdeel van deze casus was dat de buikklachten duidelijk afnamen nadat het aantal eetmomenten werd verlaagd. Niet zozeer door extreem weinig te eten, maar vooral door minder vaak te eten en meer rustmomenten tussen maaltijden te creëren.

Dat is interessant, omdat veel mensen met IBS gewend zijn om juist frequent kleine eetmomenten te nemen in de hoop de darm “rustig” te houden.

Wat frequent eten met de darm kan doen

In de praktijk bestaat dat patroon vaak uit:

  • kleine snacks,
  • snelle koolhydraten,
  • “gezonde” tussendoortjes,
  • vezelrijke producten,
  • of continue kleine maaltijden verspreid over de dag.

Bij een gevoelige darm kan dat echter ook nadelen hebben. De darm krijgt dan nauwelijks rust, waardoor processen zoals fermentatie en zenuwactivatie vrijwel continu doorgaan.

Dat kan bijdragen aan:

  • meer gasvorming,
  • voortdurende mechanische stimulatie van de darm,
  • meer insulinepieken,
  • en verhoogde prikkelbaarheid van het zenuwstelsel.

Minder snacken, meer darmrust

Bij een deel van de mensen met IBS lijken interventies zoals:

  • minder snacken,
  • langere periodes tussen maaltijden,
  • en eenvoudigere voeding

bij te dragen aan meer rust in de darm.

Dat betekent nadrukkelijk niet dat iedereen moet gaan vasten. Zeker bij:

  • ondergewicht,
  • eetstoornissen,
  • zwangerschap,
  • of ernstige stressbelasting

kan een restrictieve aanpak juist averechts werken.

“Vaker eten” is niet voor iedereen optimaal

Deze casus laat vooral zien dat “vaker eten is altijd beter” geen universele waarheid is. Wat voor de één goed werkt, kan bij een ander juist bijdragen aan meer klachten. Juist bij IBS lijkt context belangrijker dan algemene voedingsregels. 

Waarom seafood, vetten en eiwitten mogelijk hielpen

Binnen deze casus lag tijdelijk meer nadruk op voeding zoals vis, schaal- en schelpdieren, eieren, olijfolie, avocado en noten, terwijl gluten en snelle koolhydraten juist werden verminderd. Opvallend genoeg namen vooral de buikpijn en het opgeblazen gevoel hierdoor duidelijk af.

Dat betekent niet automatisch dat dit dé oplossing is voor iedere IBS-patiënt. Wel zijn er verschillende biologische mechanismen die mogelijk verklaren waarom sommige mensen hier baat bij ervaren.

Minder fermentatie en stabielere bloedsuiker

Een voedingspatroon met minder snelle koolhydraten en minder frequente eetmomenten kan leiden tot:

  • minder snelle fermentatie in de darm,
  • stabielere glucosewaarden,
  • minder insulinepieken,
  • en mogelijk minder prikkeling van het enterisch zenuwstelsel.

Daarnaast bevatten ultra-bewerkte voedingsmiddelen vaak combinaties van snelle koolhydraten, emulgatoren en additieven die bij gevoelige darmen mogelijk extra klachten kunnen uitlokken.

Binnen de kPNI wordt daarom vaak gekeken naar de vraag welke factoren bij een individu mogelijk bijdragen aan voortdurende activatie van stress-, immuun- of ontstekingsroutes, in plaats van alleen symptomen te onderdrukken.

De mogelijke rol van seafood bij IBS

Vis, schaal- en schelpdieren bevatten daarnaast nutriënten zoals:

  • omega-3-vetzuren,
  • zink,
  • selenium,
  • jodium,
  • taurine,
  • en hoogwaardige eiwitten.

Deze stoffen spelen onder andere een rol bij:

  • immuunregulatie,
  • neurotransmitters,
  • huidgezondheid,
  • hormonale processen,
  • en de darmbarrière.

Dat maakt ze interessant binnen een systeemgerichte aanpak waarbij darm, hormonen en immuunsysteem gezamenlijk worden bekeken.

Zijn gluten altijd het probleem?

Belangrijk is om hierin genuanceerd te blijven. Buiten aandoeningen zoals coeliakie en non-celiac gluten sensitivity is het bewijs rondom gluten minder zwart-wit dan online soms wordt gesuggereerd.

Toch ervaren sommige mensen met IBS wel degelijk verbetering bij tijdelijke reductie van bepaalde granen of sterk bewerkte koolhydraatbronnen. Mogelijk speelt daarbij niet alleen gluten een rol, maar ook fermentatie, FODMAPs, bloedsuikerschommelingen of de totale voedingscontext (Szilagyi & Ishayek, 2018).

Darmdoorlaatbaarheid, histamine en laaggradige inflammatie

Bij IBS wordt steeds vaker gekeken naar processen zoals darmdoorlaatbaarheid, mestcelactivatie, histamine en laaggradige ontsteking. Hoewel deze mechanismen niet bij iedere patiënt aantoonbaar zijn, lijken ze bij een deel van de mensen wel degelijk relevant.

Wat gebeurt er bij verhoogde darmdoorlaatbaarheid?

Normaal gesproken vormt de darmwand een gecontroleerde barrière tussen de buitenwereld en het immuunsysteem. Wanneer die barrière verstoord raakt, kunnen bacteriële componenten en andere stoffen gemakkelijker contact maken met immuuncellen in de darmwand.

Dat kan leiden tot:

  • activatie van mestcellen,
  • verhoogde histamine-afgifte,
  • productie van cytokines (signaalstoffen van het immuunsysteem),
  • en verhoogde gevoeligheid van darmzenuwen.

Mogelijk draagt dat bij aan buikpijn, een opgeblazen gevoel en viscerale hypersensitiviteit.

Histamine en IBS

Interessant is dat sommige mensen met IBS óók klachten rapporteren zoals:

  • hooikoorts,
  • migraine,
  • eczeem,
  • PMS,
  • of gevoeligheid voor histaminerijke voeding.

Dat betekent niet automatisch dat er sprake is van “histamine-intolerantie”. Die term wordt online vaak te snel gebruikt en de diagnostiek eromheen blijft complex.

Wel lijkt mestcelactivatie bij een subgroep van IBS-patiënten een relevante rol te spelen. Binnen de kPNI wordt daarom gekeken naar factoren die mogelijk bijdragen aan voortdurende immuunactivatie, zoals stressbelasting, darmbarrière, voeding, slaap en leefstijl (Farzaei et al., 2016).

En hoe zit het met ijzertekort?

In deze casus speelde ook een laag ferritine een rol. Dat is interessant, omdat ijzertekort veel bredere effecten kan hebben dan alleen vermoeidheid.

IJzer en laaggradige ontsteking

Bij chronische laaggradige inflammatie kan de ijzerhuishouding veranderen via het hormoon hepcidine. Hierdoor kan ijzer minder goed beschikbaar worden voor het lichaam, zelfs wanneer de inname op papier voldoende lijkt.

Daarnaast kan een verstoorde darmfunctie mogelijk invloed hebben op opnameprocessen in de darm.

Waarom ijzer relevant kan zijn bij IBS en PMS

IJzer speelt bovendien een rol bij:

  • dopamineproductie,
  • serotoninesynthese,
  • energiehuishouding,
  • stemming,
  • en mogelijk darmmotiliteit.

Bij vrouwen met een combinatie van:

  • IBS,
  • PMS,
  • vermoeidheid,
  • hevige menstruaties,
  • en stressgevoeligheid

kan het daarom zinvol zijn om breder te kijken dan alleen de darmklachten zelf.

Binnen de kPNI wordt vaak geprobeerd om zulke patronen in samenhang te bekijken: niet alleen “welke klacht is aanwezig?”, maar vooral “welke onderliggende systemen beïnvloeden elkaar mogelijk?”

Kritische noot: de darm is populair geworden — soms té populair

De afgelopen jaren is de darm uitgegroeid tot een populair onderwerp binnen gezondheid en leefstijl. Begrippen zoals “leaky gut”, “candida”, “toxines” en “microbioomreset” worden online veel gebruikt, vaak met grote claims en simpele oplossingen.

Daarbij is het belangrijk kritisch te blijven.

Niet iedere darmklacht is hetzelfde

Hoewel het microbioom zonder twijfel interessant is, betekent dat niet dat iedere klacht automatisch door de darmflora wordt veroorzaakt.

Belangrijke nuances zijn:

  • niet iedere darmklacht is IBS,
  • niet iedere IBS-patiënt heeft dysbiose,
  • microbioomtesten zijn nog beperkt gevalideerd,
  • veel interventies zijn gebaseerd op plausibele mechanismen in plaats van harde uitkomstdata,
  • en er bestaat geen universeel IBS-dieet.

Dat maakt IBS soms frustrerend, zowel voor patiënten als behandelaars.

De kracht van patroonherkenning

Juist daarom draait een systeemgerichte aanpak vaak minder om het zoeken naar één “boosdoener” en meer om het herkennen van patronen. Welke factoren lijken klachten telkens opnieuw te triggeren? Welke systemen beïnvloeden elkaar mogelijk?

Binnen de kPNI wordt geprobeerd die verbanden individueel in kaart te brengen, omdat dezelfde diagnose bij twee mensen een totaal andere onderliggende dynamiek kan hebben.

Tot slot

Deze casus laat zien hoe darmklachten, hormonale klachten, huidproblemen, stressregulatie en voeding soms onderdeel kunnen zijn van één groter biologisch netwerk.

Niet omdat alles “uit de darm komt”, maar omdat het lichaam geen losse systemen kent. Hormonen, immuunsysteem, zenuwstelsel en darm communiceren voortdurend met elkaar.

Een systeemgerichte benadering bij IBS

Bij deze patiënte gaf vooral:

  • minder eetmomenten,
  • stabielere voeding,
  • meer focus op vetten en eiwitten,
  • minder ultra-bewerkte koolhydraten,
  • en meer aandacht voor darmrust.

een duidelijke vermindering van buikpijn en verbetering van het welzijn.

Dat is geen bewijs dat dit voor iedereen werkt. IBS blijft een complexe en individuele aandoening. Wel laat deze casus zien dat een systeemgerichte benadering soms nieuwe inzichten kan geven wanneer standaardadviezen onvoldoende effect hebben.

En misschien is dat uiteindelijk de belangrijkste les van IBS: dat buikklachten lang niet altijd alleen over de buik gaan.

Benieuwd wat de kPNI voor jou kan betekenen?

Referenties

  • Chen M, Ruan G, Chen L, Ying S, Li G, Xu F, Xiao Z, Tian Y, Lv L, Ping Y, Cheng Y, Wei Y. Neurotransmitter and Intestinal Interactions: Focus on the Microbiota-Gut-Brain Axis in Irritable Bowel Syndrome. Front Endocrinol (Lausanne). 2022 Feb 16;13:817100. doi: 10.3389/fendo.2022.817100. PMID: 35250873; PMCID: PMC8888441.
  • Ford AC, Lacy BE, Talley NJ. Irritable Bowel Syndrome. N Engl J Med. 2017 Jun 29;376(26):2566-2578. doi: 10.1056/NEJMra1607547. PMID: 28657875.
  • So SY, Savidge TC. Sex-Bias in Irritable Bowel Syndrome: Linking Steroids to the Gut-Brain Axis. Front Endocrinol (Lausanne). 2021 May 19;12:684096. doi: 10.3389/fendo.2021.684096. PMID: 34093447; PMCID: PMC8170482.
  • Joshee S, Lim L, Wybrecht A, Berriesford R, Riddle M. Meta-analysis and systematic review of the association between adverse childhood events and irritable bowel syndrome. J Investig Med. 2022 Aug;70(6):1342-1351. doi: 10.1136/jim-2021-002109. Epub 2022 Jan 27. PMID: 35086857.
  • Videlock EJ, Adeyemo M, Licudine A, Hirano M, Ohning G, Mayer M, Mayer EA, Chang L. Childhood trauma is associated with hypothalamic-pituitary-adrenal axis responsiveness in irritable bowel syndrome. Gastroenterology. 2009 Dec;137(6):1954-62. doi: 10.1053/j.gastro.2009.08.058. Epub 2009 Sep 6. PMID: 19737564; PMCID: PMC2789911.
  • Farzaei MH, Bahramsoltani R, Abdollahi M, Rahimi R. The Role of Visceral Hypersensitivity in Irritable Bowel Syndrome: Pharmacological Targets and Novel Treatments. J Neurogastroenterol Motil. 2016 Oct 30;22(4):558-574. doi: 10.5056/jnm16001. PMID: 27431236; PMCID: PMC5056566.
  • Szilagyi A, Ishayek N. Lactose Intolerance, Dairy Avoidance, and Treatment Options. Nutrients. 2018 Dec 15;10(12):1994. doi: 10.3390/nu10121994. PMID: 30558337; PMCID: PMC6316316.
  • Meixiong J, Ricco C, Vasavda C, Ho BK. Diet and acne: A systematic review. JAAD Int. 2022 Mar 29;7:95-112. doi: 10.1016/j.jdin.2022.02.012. PMID: 35373155; PMCID: PMC8971946.