1 minuut samenvatting
- Acne is een ontstekingsziekte van de talgklier en het haarzakje. Daarbij spelen onder andere een verhoogde talgproductie, verstopping van het haarzakje, veranderingen in het huidmicrobioom en ontsteking een rol (Cong et al., 2019).
- Hormonen beïnvloeden deze processen. Naast androgenen, zoals testosteron, worden vooral insuline en IGF-1 onderzocht. IGF-1 is een groeifactor die onder andere de groei en activiteit van talgklieren kan beïnvloeden.
- Een belangrijke schakel is mTORC1. Dit is een soort groeischakelaar in onze cellen die reageert op signalen van onder andere insuline, IGF-1, energie en aminozuren. Verhoogde mTORC1-activiteit wordt gezien als een mogelijk mechanisme waardoor voeding en hormonale signalen acne kunnen beïnvloeden (Melnik, 2013).
- Mensen met acne hebben gemiddeld vaker kenmerken van insulineresistentie dan mensen zonder acne. Dat betekent niet dat iedereen met acne insulineresistent is of dat insulineresistentie de enige oorzaak van acne is (Nickles et al., 2022).
- Van alle voedingsfactoren is het bewijs het meest overtuigend voor een hoge glycemische belasting: een voedingspatroon met veel producten die de bloedsuiker relatief sterk verhogen. Interventiestudies laten zien dat verlaging hiervan acne bij sommige mensen kan verbeteren (Meixiong et al., 2022).
- Voor zuivel bestaat eveneens een verband, maar het bewijs is minder eenduidig. Voeding is daarom beter te zien als één beïnvloedende factor binnen een veel groter geheel.
- Acne vraagt dus om nuance: insuline, IGF-1 en mTORC1 bieden een interessante biologische verklaring voor de relatie tussen voeding, stofwisseling en acne, maar vormen niet het hele verhaal.
Inleiding — Wat heeft je bloedsuiker met acne te maken?
Acne wordt vaak gezien als een probleem van de huid. Je huid maakt te veel talg aan, poriën raken verstopt en er ontstaan mee-eters en puistjes.
Maar waarom gebeurt dat eigenlijk?
Hormonen spelen daarbij een belangrijke rol. Dat verklaart bijvoorbeeld waarom acne zo vaak ontstaat tijdens de puberteit. Vooral androgenen, een groep hormonen waartoe testosteron behoort, stimuleren de talgklieren.
De afgelopen jaren is daarnaast steeds meer aandacht gekomen voor andere hormonale en metabole signalen. Twee belangrijke voorbeelden zijn insuline en IGF-1.
Insuline kennen we vooral als het hormoon dat helpt om de bloedsuikerspiegel te reguleren. IGF-1 (insulin-like growth factor 1) is een groeifactor die deels vergelijkbare signalen doorgeeft. Beide kunnen processen beïnvloeden die bij acne betrokken zijn, waaronder celgroei en talgproductie (Cong et al., 2019).
Dat maakt ook voeding interessant.
Na het eten van snel verteerbare koolhydraten stijgen glucose en insuline relatief sterk. Een voedingspatroon met een hoge glycemische belasting kan daardoor invloed hebben op hormonale routes die bij acne betrokken zijn. Een systematische review vond inderdaad dat een hoge glycemische index en glycemische belasting samenhangen met meer acne en ernstigere acne. Dit verband wordt bovendien ondersteund door enkele gerandomiseerde voedingsstudies (Meixiong et al., 2022).
Dat betekent niet dat suiker acne veroorzaakt. Acne ontstaat door meerdere factoren en verschilt sterk van persoon tot persoon.
De interessantere vraag is daarom:
kan voeding via insuline, IGF-1 en andere groeisignalen een bestaande aanleg voor acne versterken?
Lees ook: Insulineresistentie: wat is het en hoe ontstaat het?
Lees ook: Acne: oorzaken, behandeling en de rol van voeding
Lees ook: Prikkelbare darm syndroom (IBS), PMS en acne: de link tussen darmklachten, hormonen en stress
Hoe ontstaat acne?
Acne ontstaat in de talgklierfollikel. Dat is het kleine huidgebied waarin een haarzakje en een talgklier samenkomen.
Normaal produceert een talgklier talg (sebum). Dit vettige mengsel heeft belangrijke functies voor de huid. Bij acne raakt dit systeem echter uit balans.
Vier processen spelen daarbij een belangrijke rol:
1. Er wordt meer of anders samengesteld talg geproduceerd
Onder invloed van onder andere hormonen kunnen talgklieren actiever worden. Vooral tijdens de puberteit neemt de talgproductie sterk toe.
2. Het haarzakje raakt gemakkelijker verstopt
Huidcellen in het haarzakje worden niet altijd op de normale manier afgestoten. Ze kunnen zich ophopen en samen met talg een propje vormen. Dit wordt folliculaire hyperkeratinisatie genoemd. In gewone taal: te veel verhoorning en ophoping van huidcellen in het haarzakje.
3. Het huidmicrobioom speelt mee
De bacterie Cutibacterium acnes komt normaal op de huid voor en is dus niet simpelweg een ‘slechte bacterie’. Bij acne verandert de omgeving in het haarzakje en lijken bepaalde stammen en de reactie van het immuunsysteem op deze bacterie relevant te zijn.
4. Er ontstaat ontsteking
Het immuunsysteem reageert in en rondom het haarzakje. Hierdoor kunnen rode puistjes, pustels en bij ernstigere acne diepere ontstekingen ontstaan.
Acne is dus geen simpel gevolg van een ‘vette huid’ of slechte hygiëne. Het is een multifactoriële ontstekingsziekte waarbij talgproductie, verhoorning, hormonen, micro-organismen en het immuunsysteem elkaar beïnvloeden (Cong et al., 2019).
En precies binnen dat samenspel lijken insuline en IGF-1 relevant te worden.
Welke rol spelen insuline en IGF-1 bij acne?
Insuline doet meer dan glucose uit het bloed helpen verwerken. Het hormoon geeft cellen ook informatie over de beschikbaarheid van energie en voedingsstoffen.
IGF-1 staat voor insulin-like growth factor 1. Zoals de naam aangeeft lijkt deze groeifactor in bepaalde opzichten op insuline. IGF-1 stimuleert groei en speelt vooral tijdens de puberteit een belangrijke rol.
Dat is interessant bij acne, omdat IGF-1 verschillende processen kan beïnvloeden die voor acne relevant zijn.
Insuline en IGF-1 kunnen via verschillende signaalroutes invloed hebben op:
- de activiteit van talgklieren;
- de aanmaak van vetten in talgkliercellen;
- de groei en deling van huidcellen;
- de werking van androgenen;
- processen die betrokken zijn bij ontsteking.
Dat betekent nog niet dat een hoge insulinespiegel automatisch acne veroorzaakt.
Wel is er klinische ondersteuning voor een verband. Een systematische review en meta-analyse vond dat mensen met acne gemiddeld meer insulineresistentie hadden dan mensen zonder acne (Nickles et al., 2022).
Daarbij is het belangrijk om oorzaak en gevolg niet om te draaien. Zo'n associatie bewijst niet dat insulineresistentie de acne heeft veroorzaakt.
Het past wel bij het idee dat bij een deel van de mensen de metabole en hormonale omgeving invloed kan hebben op de ernst van acne.
Lees ook: Insulineresistentie en de huid: welke huidsignalen kunnen wijzen op metabole ontregeling?
Wat is mTORC1 en waarom is het relevant bij acne?
Hier wordt het mechanisme iets technischer, maar het principe is eigenlijk vrij eenvoudig.
mTORC1 is een systeem waarmee cellen bepalen of er voldoende energie en bouwstoffen beschikbaar zijn om te groeien.
De volledige naam is mechanistic target of rapamycin complex 1. Voor dit artikel is vooral belangrijk wat het doet.
mTORC1 reageert onder andere op signalen van:
insuline + IGF-1 + aminozuren + beschikbare energie
Zijn deze signalen aanwezig, dan krijgt de cel als het ware de boodschap:
er zijn voldoende energie en bouwstoffen → groei en opbouw kunnen worden gestimuleerd.
Dat is een normaal en noodzakelijk proces. Zonder mTORC1 zouden cellen niet goed kunnen groeien en herstellen.
De hypothese bij acne is dat overmatige of langdurige stimulatie van deze groeiroute processen kan versterken die de vorming van acne bevorderen.
mTORC1 kan onder andere de aanmaak van vetten stimuleren. Dat is relevant voor de sebocyten: de cellen in onze talgklieren die talg produceren.
Daarnaast bestaat er een verbinding met FoxO1, een eiwit dat verschillende genen reguleert. Insuline- en IGF-1-signalen kunnen ervoor zorgen dat FoxO1 minder actief wordt in de celkern. Daardoor kunnen groeisignalen, vetaanmaak en androgeenactiviteit gemakkelijker worden versterkt.
In de wetenschappelijke literatuur is daarom een model voorgesteld waarin:
insuline / IGF-1 ↑
↓
FoxO1-activiteit verandert
↓
mTORC1-signalen ↑
↓
meer groei en vetaanmaak in de talgklier
↓
mogelijke bevordering van acne
Vooral Melnik heeft deze FoxO1-mTORC1-hypothese uitgebreid beschreven (Melnik, 2013).
Hier is wel een belangrijke wetenschappelijke kanttekening nodig: mTORC1 is een interessant en biologisch plausibel mechanisme, maar de acne-mTORC1-hypothese is niet hetzelfde als bewezen klinisch oorzaak-gevolgonderzoek.
Een groot deel van deze onderbouwing komt uit mechanistisch onderzoek en reviews. We moeten daarom niet de indruk wekken dat bij iemand met acne simpelweg ‘mTORC1 te hoog staat’.
Dat onderscheid werken we verder uit onder ‘Wat zegt de wetenschap?’.
Van insuline naar talgproductie: hoe hangen deze processen samen?
We kunnen de voorgaande processen nu samenbrengen.
Stel dat iemand regelmatig voedingsmiddelen eet die relatief snel worden opgenomen en daardoor glucose en insuline sterk laten stijgen. Dat hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Maar een voedingspatroon met een langdurig hoge glycemische belasting kan leiden tot herhaalde sterke insulinesignalen.
Insuline kan vervolgens samen met IGF-1 invloed uitoefenen op groeiroutes zoals mTORC1.
Vereenvoudigd:
hoge glycemische belasting
↓
insuline- en IGF-1-signalen
↓
groeisignalen waaronder mTORC1
↓
invloed op talgkliercellen en vetaanmaak
↓
meer omstandigheden die acne kunnen bevorderen
Dat mechanisme sluit aan bij klinische voedingsstudies. In een korte gerandomiseerde studie bij volwassenen met matige tot ernstige acne leidde een voedingspatroon met een lage glycemische index en belasting bijvoorbeeld tot een daling van IGF-1 (Burris et al., 2018).
Belangrijk is opnieuw dat deze route niet de volledige verklaring voor acne vormt.
Een systematische review van voedingsonderzoek concludeerde dat een hoge glycemische index en glycemische belasting een bescheiden maar significant acnebevorderend effect lijken te hebben. De resultaten voor zuivel waren minder consistent (Meixiong et al., 2022).
We kunnen daarom beter zeggen:
voeding kan via metabole en hormonale signalen invloed hebben op acne
dan:
hoge insuline veroorzaakt acne.
Die nuance wordt straks belangrijk wanneer we afzonderlijk naar snelle koolhydraten, zuivel en andere voedingsfactoren kijken.

Is acne een teken van insulineresistentie?
Nee. Acne op zichzelf is geen betrouwbaar teken van insulineresistentie.
Acne komt zeer vaak voor en ontstaat door meerdere factoren, zoals hormonen, talgproductie, verhoorning van huidcellen, ontstekingsprocessen en veranderingen rond het haarzakje. Toch is er een interessante relatie met de stofwisseling.
Een systematische review en meta-analyse vond dat mensen met acne gemiddeld vaker tekenen van insulineresistentie hadden dan mensen zonder acne (Nickles et al., 2022). Dat ondersteunt het idee dat insulinegevoeligheid bij een deel van de mensen met acne een rol kan spelen. Het bewijst echter niet dat insulineresistentie de acne veroorzaakt.
De relatie wordt interessanter wanneer acne voorkomt naast andere metabole kenmerken, zoals:
- veel buikvet of overgewicht;
- acanthosis nigricans, oftewel donkere en verdikte huidplooien;
- meerdere steelwratjes;
- PCOS;
- hoge triglyceriden;
- verhoogde bloedsuiker of prediabetes.
In zo’n situatie is het logischer om breder naar de metabole gezondheid te kijken dan wanneer iemand alleen acne heeft.
Lees ook: Insulineresistentie en de huid: welke huidsignalen kunnen wijzen op metabole ontregeling?
Welke rol speelt voeding bij acne?
Voeding kan acne beïnvloeden, maar acne is geen voedingsziekte. Dat onderscheid is belangrijk.
De best onderzochte voedingsfactoren zijn:
- de glycemische belasting van de voeding;
- melk en andere zuivelproducten;
- whey-eiwit;
- chocolade;
- vetzuursamenstelling van de voeding.
De bewijskracht verschilt sterk per onderwerp. Voor een hoge glycemische belasting is de onderbouwing het sterkst. Voor zuivel zijn er meerdere observationele verbanden, maar veel minder interventiestudies. Voor whey-eiwit, chocolade en specifieke voedingsstoffen is het bewijs beperkter.
Een systematische review uit 2022 concludeerde dat een hoge glycemische index en een hoge glycemische belasting samenhangen met meer acne en ernstigere acne. Deze relatie werd bovendien ondersteund door gerandomiseerde interventiestudies. Voor zuivel was het beeld minder eenduidig en leek de relatie mede af te hangen van populatie en voedingspatroon (Meixiong et al., 2022).
De praktische boodschap is daarom niet dat iedereen met acne een streng dieet nodig heeft. Het is zinvoller om voeding te zien als één beïnvloedbare factor binnen een groter geheel.
Hebben snelle koolhydraten en een hoge glycemische belasting invloed op acne?
Hier is het bewijs relatief sterk.
De glycemische index geeft aan hoe snel een koolhydraatrijk voedingsmiddel de bloedsuiker laat stijgen. De glycemische belasting houdt daarnaast rekening met de hoeveelheid koolhydraten die iemand daadwerkelijk eet.
Voedingsmiddelen zoals suikerhoudende dranken, snoep, witbrood en sommige sterk bewerkte producten kunnen de bloedsuiker relatief snel laten stijgen. Daarop reageert het lichaam met de afgifte van insuline.
Wanneer een voedingspatroon langdurig een hoge glycemische belasting heeft, kunnen de insuline- en IGF-1-signalen regelmatig sterk worden geactiveerd. Zoals eerder besproken kunnen deze groeisignalen processen beïnvloeden die relevant zijn voor acne, waaronder talgproductie en groei van huidcellen.
De relatie wordt niet alleen gezien in observationeel onderzoek. De systematische review van Meixiong et al., 2022 concludeerde dat hoge glycemische index, hoge glycemische belasting en hoge koolhydraatinname een bescheiden maar statistisch significant acnebevorderend effect hebben. Juist omdat ook gerandomiseerde voedingsstudies in dezelfde richting wijzen, is deze relatie sterker onderbouwd dan veel andere voedingsclaims rond acne.
Dat betekent overigens niet dat één suikerhoudend product onmiddellijk acne veroorzaakt. Het gaat veel meer om het totale voedingspatroon en de individuele gevoeligheid.
Wat weten we over zuivel en acne?
Ook zuivel wordt vaak genoemd in relatie tot acne. Hier is de wetenschap interessant, maar minder overtuigend dan bij glycemische belasting.
Meerdere meta-analyses vinden een verband tussen melk- of zuivelconsumptie en acne. In een meta-analyse van ruim 78.000 kinderen, adolescenten en jongvolwassenen was zuivelconsumptie geassocieerd met een hogere kans op acne. Het verband leek iets sterker voor magere en halfvolle melk dan voor volle melk (Juhl et al., 2018). De auteurs waarschuwden wel voor verschillen tussen de studies en mogelijke publicatiebias.
Een andere meta-analyse vond eveneens positieve associaties voor totale zuivelconsumptie en verschillende soorten melk. Voor yoghurt en kaas was het verband minder duidelijk (Aghasi et al., 2019).
Dai et al. (2018) vonden bij melkgebruikers gemiddeld ongeveer 16% hogere odds op acne dan bij mensen die geen melk gebruikten. Ook in deze analyse was de associatie iets sterker bij magere melk dan bij volle melk.
Mogelijke verklaringen zijn onder andere:
- invloed van melk op IGF-1-signalen;
- hormonale bestanddelen van melk;
- verschillen tussen volle en magere melk;
- verschillen in het totale voedingspatroon van melkgebruikers.
Maar belangrijk is dat deze studies grotendeels observationeel zijn. Daardoor kan niet met zekerheid worden vastgesteld dat melk acne veroorzaakt.
De meest zorgvuldige conclusie is:
Melk en zuivel worden geassocieerd met acne, maar het gemiddelde effect lijkt bescheiden en waarschijnlijk niet bij iedereen hetzelfde.
Welke andere voedingsfactoren worden onderzocht?
Naast glycemische belasting en zuivel worden verschillende andere voedingsfactoren onderzocht.
Whey-eiwit is daar één van. Whey bevat veel snel beschikbare aminozuren en kan de insuline- en IGF-1-signalen relatief sterk stimuleren. Er zijn casusseries en kleinere onderzoeken waarin acne leek te verergeren bij sommige gebruikers van whey-supplementen. Het bewijs is echter nog te beperkt om te stellen dat whey-eiwit in het algemeen acne veroorzaakt.
Ook chocolade wordt vaak genoemd. Hier is het onderzoek lastig te interpreteren, omdat chocolade meestal een combinatie bevat van cacao, suiker, melk en vet. Daardoor is moeilijk vast te stellen welk onderdeel eventueel relevant is. Een systematische review naar voeding en acne vond wel aanwijzingen voor een relatie, maar het bewijs was minder consistent dan voor glycemische belasting (Baldwin & Tan, 2021).
Daarnaast worden omega-3-vetzuren, zink, vitamine D en antioxidanten onderzocht. Er zijn interessante kleine studies en biologische verklaringen, bijvoorbeeld via ontstekingsprocessen. Maar het bewijs is op dit moment onvoldoende sterk om deze voedingsstoffen standaard als behandeling van acne aan te bevelen.
Dezelfde voorzichtigheid geldt voor populaire claims rond darmgezondheid en acne. Er bestaan interessante verbanden tussen darmmicrobioom, immuunregulatie en huid, maar dat betekent niet automatisch dat probiotica of het ‘herstellen van de darmflora’ acne behandelen.
De meest bruikbare aanpak blijft daarom:
eerst kijken naar het totale voedingspatroon, daarna pas naar afzonderlijke voedingsmiddelen of supplementen.
Wat zegt de wetenschap?
De wetenschappelijke onderbouwing verschilt duidelijk per onderwerp.
Hoge glycemische belasting — relatief sterkste voedingsbewijs
Dit is het onderwerp waarvoor zowel observationele studies als gerandomiseerde interventiestudies in dezelfde richting wijzen. Een hoge glycemische index en glycemische belasting lijken acne gemiddeld enigszins te bevorderen (Meixiong et al., 2022).
Melk en zuivel — redelijk bewijs voor een associatie
Meerdere meta-analyses vinden een verband tussen melk/zuivel en acne, maar het bewijs is grotendeels observationeel. Daardoor blijft onduidelijk hoeveel van de relatie daadwerkelijk causaal is (Juhl et al., 2018; Aghasi et al., 2019; Dai et al., 2018).
Insulineresistentie — redelijk bewijs voor een verband
Mensen met acne hebben gemiddeld vaker insulineresistentie, maar dit maakt acne niet automatisch tot een metabole aandoening. Insulineresistentie kan bij een deel van de mensen een relevante factor zijn (Nickles et al., 2022).
IGF-1 en mTORC1 — sterke mechanistische plausibiliteit, minder klinisch causaal bewijs
De biologische routes zijn goed te verklaren en passen bij de effecten van insuline, IGF-1 en voeding op talgklieren en huidcelgroei. Maar een plausibel mechanisme is nog geen bewijs dat ‘mTORC1-overactivatie’ bij iedere patiënt de oorzaak van acne is.
Whey-eiwit en chocolade — beperkt bewijs
Er zijn aanwijzingen uit kleinere studies en casusbeschrijvingen, maar onvoldoende robuust bewijs voor algemene adviezen.
Specifieke voedingsstoffen en supplementen — onvoldoende bewijs voor standaardbehandeling
Voor bijvoorbeeld omega-3, zink en vitamine D bestaan interessante studies, maar de resultaten zijn nog te beperkt of heterogeen om daar algemene behandelclaims aan te verbinden.
Samengevat:
Voeding kan acne beïnvloeden, maar acne ontstaat niet door één voedingsmiddel of één metabole route.
Van alle voedingsfactoren is de onderbouwing momenteel het sterkst voor glycemische belasting. Voor melk en zuivel bestaat een waarschijnlijk verband, maar de causale betekenis is minder duidelijk. Insuline, IGF-1 en mTORC1 vormen een plausibel biologisch mechanisme dat een deel van deze verbanden kan verklaren, maar ze vormen slechts één route binnen de complexe ontstaanswijze van acne.

Kan acne verbeteren door voeding en leefstijl aan te passen?
Ja, bij sommige mensen kan dat. Vooral aanpassing van de glycemische belasting van de voeding lijkt zinvol.
In verschillende gerandomiseerde studies kregen mensen met acne een voedingspatroon met een lagere glycemische belasting. Daarbij werd niet alleen verbetering gezien in metabole markers, maar in sommige studies ook een afname van het aantal acne-afwijkingen (Smith et al., 2007; Kwon et al., 2012).
Dat past bij het eerder beschreven mechanisme: minder sterke glucose- en insulinepieken kunnen de signalering via onder andere IGF-1 beïnvloeden. Daardoor kunnen processen zoals talgproductie en groei van huidcellen mogelijk minder sterk worden gestimuleerd.
De effecten zijn echter niet spectaculair en verschillen per persoon. Voeding is daarom beter te zien als onderdeel van de behandeling dan als vervanging van reguliere acnebehandeling.
Voor melk en zuivel ligt dat anders. Hoewel observationeel onderzoek een verband met acne laat zien, ontbreekt voldoende sterk interventieonderzoek om iedereen met acne standaard een zuivelvrij voedingspatroon te adviseren.
Wel kan het bij iemand die veel melk gebruikt zinvol zijn om gedurende een afgebakende periode te onderzoeken of vermindering verschil maakt. Daarbij is het verstandig om niet tegelijkertijd vijf andere voedingsmiddelen te schrappen. Anders is achteraf niet duidelijk wat daadwerkelijk effect heeft gehad.
Ook andere leefstijlfactoren kunnen relevant zijn. Slaaptekort en langdurige stress beïnvloeden bijvoorbeeld hormonale en metabole processen. De directe effecten daarvan op acne zijn echter minder sterk onderbouwd dan die van een lage glycemische belasting.
De belangrijkste conclusie is daarom:
leefstijl kan acne beïnvloeden, maar verwacht niet dat iedere vorm van acne verdwijnt door alleen anders te eten.
Wat kun je zelf doen bij acne?
Een goede aanpak begint niet met een lange lijst voedingsmiddelen die je niet meer mag eten. Begin bij de maatregelen waarvoor de beste onderbouwing bestaat.
Kijk naar de glycemische belasting van je voeding
Je hoeft koolhydraten niet volledig te vermijden. Het gaat vooral om het verminderen van producten die gemakkelijk veel snel beschikbare koolhydraten leveren.
Denk aan minder:
- frisdrank en andere suikerhoudende dranken;
- snoep, koek en gebak;
- sterk geraffineerde ontbijtproducten;
- grote hoeveelheden witbrood en andere sterk geraffineerde graanproducten.
En juist meer:
- groente;
- noten en zaden;
- fruit;
- eiwitrijke voedingsmiddelen;
- goede vetten zoals uit avocado, olijfolie en seafood.
De combinatie van koolhydraten met vezels, eiwit en vet zorgt doorgaans voor een minder snelle stijging van de bloedsuiker.
Kijk kritisch naar melk als je veel zuivel gebruikt
Het huidige onderzoek is onvoldoende om iedereen met acne zuivelvrij te laten eten. Vooral voor melk wordt echter herhaaldelijk een verband met acne gevonden.
Gebruik je dagelijks grote hoeveelheden melk en heb je hardnekkige acne? Dan kun je samen met een professional bekijken of een tijdelijke vermindering zinvol is. Let daarbij op dat voedingsstoffen zoals eiwit, calcium, jodium en vitamine B12 voldoende uit andere bronnen worden verkregen.
Voor yoghurt en kaas is het verband met acne minder consistent dan voor melk (Aghasi et al., 2019).
Gebruik je whey-eiwit? Neem dat mee in de beoordeling
Bij sporters met acne is het zinvol om ook naar whey-proteïne te vragen. Er zijn aanwijzingen dat whey bij sommige mensen acne kan verergeren, maar het wetenschappelijke bewijs is nog beperkt.
Dat is dus geen reden om whey standaard af te raden. Bij acne die ontstond of duidelijk verergerde na het starten met whey is een tijdelijke stop wel een relatief eenvoudige manier om te onderzoeken of er bij die persoon een verband bestaat.
Vergeet reguliere huidbehandeling niet
Voeding en leefstijl zijn aanvullend. Effectieve acnebehandeling kan daarnaast bestaan uit bijvoorbeeld benzoylperoxide, retinoïden of andere lokale en systemische geneesmiddelen, afhankelijk van de ernst van de acne.
Vooral bij ernstige ontstekingsacne, pijnlijke knobbels of beginnende littekenvorming is het verstandig niet te lang uitsluitend met voeding of supplementen te experimenteren. Tijdige behandeling kan blijvende littekens helpen voorkomen.
Wat betekent dit vanuit kPNI-perspectief?
Vanuit de klinische psycho-neuro-immunologie is acne interessant omdat de huid niet losstaat van de rest van het lichaam.
Bij acne kunnen verschillende systemen samenkomen:
voeding → glucose en insuline → IGF-1 en groeisignalen → talgklier en huid
maar tegelijkertijd ook:
hormonen + genetische aanleg + huidmicrobioom + immuunreacties + lokale huidprocessen
Een kPNI-benadering betekent daarom niet dat acne automatisch wordt verklaard vanuit ‘de darmen’, insulineresistentie of laaggradige ontsteking. De vraag is juist welke mechanismen bij de individuele persoon aannemelijk en beïnvloedbaar zijn.
Bij iemand met acne die daarnaast buikvet, hoge triglyceriden en acanthosis nigricans heeft, is het bijvoorbeeld logischer om de metabole gezondheid mee te nemen dan bij een metabool gezonde puber met verder klassieke hormonale acne.
Hetzelfde geldt voor voeding. Iemand die veel suikerhoudende dranken en sterk geraffineerde voeding gebruikt, heeft een ander aangrijpingspunt dan iemand die al jarenlang een volwaardig voedingspatroon heeft.
Daarbij blijft onderscheid tussen mechanisme en bewijs belangrijk. Dat insuline, IGF-1 en mTORC1 biologisch met elkaar verbonden zijn, betekent nog niet dat iedere acnepatiënt ‘overactief mTORC1’ heeft of dat het remmen van deze route het behandeldoel moet zijn.
De meerwaarde van een systeembenadering zit daarom vooral in het herkennen van verbanden zonder alles tot één oorzaak terug te brengen.
Lees ook: Wat is klinische psycho-neuro-immunologie (kPNI)?
Lees ook: Laaggradige ontsteking: wat is het en waarom speelt het een rol bij chronische ziekten?
Samenvatting
Acne ontstaat door een combinatie van talgproductie, verstopping van haarzakjes, hormonen, micro-organismen en ontsteking. Voeding kan deze processen beïnvloeden, maar is zelden de enige oorzaak.
Insuline en IGF-1 zijn daarbij interessant omdat ze groeisignalen doorgeven die onder andere invloed kunnen hebben op talgklieren en huidcellen. mTORC1 vormt een belangrijke schakel binnen deze groeisignalering.
De wetenschappelijke onderbouwing is het sterkst voor een relatie tussen acne en een hoge glycemische belasting. Gerandomiseerde voedingsstudies laten zien dat een voedingspatroon met een lagere glycemische belasting acne bij sommige mensen kan verbeteren (Smith et al., 2007; Kwon et al., 2012).
Ook melk wordt in meerdere onderzoeken geassocieerd met acne. Omdat het grootste deel van dit onderzoek observationeel is, kunnen we daaruit echter niet concluderen dat melk bij iedereen acne veroorzaakt.
Voor whey-eiwit, chocolade en voedingsstoffen zoals omega-3, zink en vitamine D zijn de aanwijzingen minder sterk.
De belangrijkste boodschap is daarom niet:
‘acne wordt veroorzaakt door suiker of zuivel’
maar:
‘voeding en metabole gezondheid kunnen bij sommige mensen factoren zijn die acne beïnvloeden.’
Dat biedt ruimte om leefstijl mee te nemen zonder reguliere huidbehandeling uit het oog te verliezen.
Veelgestelde vragen
Veroorzaakt suiker acne?
Zo eenvoudig is het niet. Eén voedingsmiddel veroorzaakt niet automatisch acne. Wel is er redelijk goed bewijs dat een voedingspatroon met een hoge glycemische belasting acne kan bevorderen. Het gaat dus meer om het totale voedingspatroon dan om één keer iets zoets eten.
Moet je stoppen met zuivel als je acne hebt?
Niet standaard. Melk- en zuivelgebruik wordt in meerdere onderzoeken geassocieerd met acne, maar daarmee is nog niet bewezen dat zuivel bij iedereen acne veroorzaakt.
Vooral wanneer iemand veel melk gebruikt, kan het zinvol zijn om individueel te onderzoeken of vermindering invloed heeft op de acne. Yoghurt en kaas lijken minder consistent met acne samen te hangen dan melk.
Kan whey-proteïne acne veroorzaken?
Er zijn aanwijzingen dat whey-eiwit bij sommige mensen acne kan uitlokken of verergeren. Het bewijs bestaat echter vooral uit kleinere onderzoeken en casusbeschrijvingen.
Wanneer acne duidelijk ontstond na het starten met whey, kan tijdelijk stoppen helpen om te onderzoeken of er een individueel verband bestaat.
Is acne een teken dat mijn bloedsuiker te hoog is?
Nee. Acne betekent niet dat je een hoge bloedsuiker of diabetes hebt.
Mensen met acne hebben gemiddeld wel vaker insulineresistentie dan mensen zonder acne (Nickles et al., 2022). Vooral wanneer acne samengaat met andere metabole kenmerken kan het zinvol zijn om breder naar de stofwisseling te kijken.
Lees ook: Insulineresistentie en de huid: welke huidsignalen kunnen wijzen op metabole ontregeling?
Kan een laag-glycemisch voedingspatroon acne verminderen?
Waarschijnlijk bij een deel van de mensen wel. Enkele gerandomiseerde studies laten verbetering van acne zien bij een voedingspatroon met een lagere glycemische belasting (Smith et al., 2007; Kwon et al., 2012).
De gemiddelde effecten zijn echter beperkt en zo'n voedingspatroon vervangt geen medische behandeling bij ernstige acne.
Helpen supplementen tegen acne?
Voor verschillende supplementen, waaronder zink, omega-3-vetzuren en vitamine D, bestaat onderzoek. De kwaliteit en resultaten verschillen echter sterk.
Op dit moment is er onvoldoende bewijs om één supplement als algemene oplossing voor acne aan te bevelen. Bij een vastgesteld tekort kan suppletie uiteraard om andere redenen aangewezen zijn.
Is mTORC1 de oorzaak van acne?
Nee. mTORC1 is een normale en noodzakelijke groeiroute in onze cellen.
Verhoogde mTORC1-signalering is een mogelijke mechanistische schakel tussen voedings- en hormonale signalen en processen die acne bevorderen. Dat is iets anders dan zeggen dat acne simpelweg wordt veroorzaakt door ‘te veel mTORC1’.
Wanneer moet je met acne naar de huisarts?
Bij ernstige of snel verslechterende acne, pijnlijke diepe ontstekingen, beginnende littekens of grote psychische belasting is het verstandig een huisarts of dermatoloog te raadplegen.
Ook wanneer acne bij een volwassen vrouw samengaat met bijvoorbeeld een onregelmatige menstruatie, overmatige haargroei of andere tekenen van verhoogde androgeenactiviteit kan verder onderzoek, bijvoorbeeld naar PCOS, zinvol zijn.
Persoonlijk advies
Heb je last van hardnekkige of terugkerende acne? Dan kan het zinvol zijn om niet alleen naar de huid zelf te kijken, maar ook naar factoren die de huid van binnenuit kunnen beïnvloeden.
Voeding, bloedsuikerregulatie, insulinegevoeligheid, hormonen, slaap en stress kunnen onderdeel zijn van dat grotere plaatje. Welke factoren daadwerkelijk relevant zijn, verschilt echter sterk per persoon. Acne betekent bijvoorbeeld niet automatisch dat je insulineresistent bent of bepaalde voedingsmiddelen moet vermijden.
Binnen de klinische psycho-neuro-immunologie kijk ik daarom naar de mogelijke samenhang tussen huidklachten en andere processen in het lichaam, zonder reguliere diagnostiek en behandeling uit het oog te verliezen.
Wil je weten welke factoren bij jouw acne mogelijk een rol spelen? Tijdens een vrijblijvend kennismakingsgesprek kunnen we bespreken of een kPNI-traject passend is.
Bronnen
Aghasi M, Golzarand M, Shab-Bidar S, Aminianfar A, Omidian M, Taheri F. Dairy intake and acne development: A meta-analysis of observational studies. Clin Nutr. 2019 Jun;38(3):1067-1075. doi: 10.1016/j.clnu.2018.04.015. Epub 2018 May 8. PMID: 29778512.
Baldwin H, Tan J. Effects of Diet on Acne and Its Response to Treatment. Am J Clin Dermatol. 2021 Jan;22(1):55-65. doi: 10.1007/s40257-020-00542-y. Erratum in: Am J Clin Dermatol. 2021 Jan;22(1):67. doi: 10.1007/s40257-020-00576-2. PMID: 32748305; PMCID: PMC7847434.
Burris J, Shikany JM, Rietkerk W, Woolf K. A Low Glycemic Index and Glycemic Load Diet Decreases Insulin-like Growth Factor-1 among Adults with Moderate and Severe Acne: A Short-Duration, 2-Week Randomized Controlled Trial. J Acad Nutr Diet. 2018 Oct;118(10):1874-1885. doi: 10.1016/j.jand.2018.02.009. Epub 2018 Apr 22. PMID: 29691143.
Cong TX, Hao D, Wen X, Li XH, He G, Jiang X. From pathogenesis of acne vulgaris to anti-acne agents. Arch Dermatol Res. 2019 Jul;311(5):337-349. doi: 10.1007/s00403-019-01908-x. Epub 2019 Mar 11. PMID: 30859308.
Dai R, Hua W, Chen W, Xiong L, Li L. The effect of milk consumption on acne: a meta-analysis of observational studies. J Eur Acad Dermatol Venereol. 2018 Dec;32(12):2244-2253. doi: 10.1111/jdv.15204. Epub 2018 Sep 5. PMID: 30079512.
Juhl CR, Bergholdt HKM, Miller IM, Jemec GBE, Kanters JK, Ellervik C. Dairy Intake and Acne Vulgaris: A Systematic Review and Meta-Analysis of 78,529 Children, Adolescents, and Young Adults. Nutrients. 2018 Aug 9;10(8):1049. doi: 10.3390/nu10081049. PMID: 30096883; PMCID: PMC6115795.
Kwon HH, Yoon JY, Hong JS, Jung JY, Park MS, Suh DH. Clinical and histological effect of a low glycaemic load diet in treatment of acne vulgaris in Korean patients: a randomized, controlled trial. Acta Derm Venereol. 2012 May;92(3):241-6. doi: 10.2340/00015555-1346. PMID: 22678562.
Meixiong J, Ricco C, Vasavda C, Ho BK. Diet and acne: A systematic review. JAAD Int. 2022 Mar 29;7:95-112. doi: 10.1016/j.jdin.2022.02.012. PMID: 35373155; PMCID: PMC8971946.
Melnik B. Dietary intervention in acne: Attenuation of increased mTORC1 signaling promoted by Western diet. Dermatoendocrinol. 2012 Jan 1;4(1):20-32. doi: 10.4161/derm.19828. PMID: 22870349; PMCID: PMC3408989.
Nickles MA, Sharma D, Tsoukas MM, Ashack KA. Acne and insulin resistance: A systematic review and meta-analysis. J Am Acad Dermatol. 2022 Sep;87(3):687-688. doi: 10.1016/j.jaad.2021.12.033. Epub 2021 Dec 23. PMID: 34954284.
Smith RN, Mann NJ, Braue A, Mäkeläinen H, Varigos GA. A low-glycemic-load diet improves symptoms in acne vulgaris patients: a randomized controlled trial. Am J Clin Nutr. 2007 Jul;86(1):107-15. doi: 10.1093/ajcn/86.1.107. PMID: 17616769.
Smith RN, Mann NJ, Braue A, Mäkeläinen H, Varigos GA. The effect of a high-protein, low glycemic-load diet versus a conventional, high glycemic-load diet on biochemical parameters associated with acne vulgaris: a randomized, investigator-masked, controlled trial. J Am Acad Dermatol. 2007 Aug;57(2):247-56. doi: 10.1016/j.jaad.2007.01.046. Epub 2007 Apr 19. PMID: 17448569.
