1 minuut samenvatting
Diabetes type 2 is een chronische stofwisselingsaandoening waarbij het lichaam glucose minder goed uit het bloed kan verwerken. In een vroeg stadium speelt vaak insulineresistentie: spieren, lever en vetweefsel reageren minder goed op insuline. De alvleesklier compenseert dit aanvankelijk door meer insuline te produceren. Wanneer die compensatie uiteindelijk onvoldoende wordt, stijgt de bloedglucose en kan diabetes type 2 ontstaan.
De aandoening ontwikkelt zich meestal geleidelijk. Erfelijke aanleg, overgewicht – vooral rond de buik –, weinig lichaamsbeweging, leeftijd, slaaptekort, roken en bepaalde metabole aandoeningen kunnen het risico verhogen. Toch is diabetes type 2 geen gevolg van één enkele oorzaak. Het ontstaat doorgaans uit een combinatie van genetische aanleg, omgeving, leefstijl en veranderingen in verschillende organen.
Mogelijke klachten zijn onder andere vermoeidheid, veel dorst, vaak plassen, wazig zien en slecht genezende wondjes. Veel mensen hebben echter lange tijd weinig of geen duidelijke symptomen.
De behandeling bestaat meestal uit een combinatie van leefstijlmaatregelen, medicatie en cardiovasculair risicomanagement. Afvallen, meer bewegen en een voedingspatroon met veel minimaal bewerkte producten kunnen de glucoseregulatie sterk verbeteren. Bij een deel van de mensen kan diabetes type 2 zelfs in remissie komen, maar medische controles blijven belangrijk.
Lees ook: Insulineresistentie: symptomen, oorzaken en wat je eraan kunt doen
Lees ook: Symptomen van diabetes type 2
Lees ook: Hoe ontstaat diabetes type 2?
Inleiding
Diabetes type 2 wordt vaak omschreven als een ziekte waarbij de bloedsuiker te hoog is. Dat klopt, maar het vertelt slechts een deel van het verhaal. Een verhoogde bloedglucose is vooral het zichtbare resultaat van veranderingen die zich vaak al jarenlang in het lichaam ontwikkelen.
Daarbij zijn meerdere organen betrokken. Spieren kunnen minder glucose opnemen, de lever kan te veel glucose blijven produceren en vetweefsel kan een andere rol gaan spelen in de opslag en afgifte van energie. Tegelijk probeert de alvleesklier deze veranderingen te compenseren door extra insuline te produceren. Zolang dat lukt, kunnen bloedglucosewaarden nog relatief normaal blijven. Pas wanneer deze compensatie tekortschiet, wordt diabetes type 2 duidelijk zichtbaar in het bloed.
Vanuit de klinische psycho-neuro-immunologie is het interessant om diabetes type 2 niet uitsluitend als een probleem van glucose te bekijken, maar als een verstoring van de energieverdeling en metabole flexibiliteit. Signalen uit voeding, spierweefsel, vetweefsel, lever, immuunsysteem en stressassen beïnvloeden elkaar voortdurend. In kPNI-modellen wordt insulineresistentie daarom ook gezien als een fysiologische aanpassing die op korte termijn functioneel kan zijn, bijvoorbeeld wanneer energie tijdelijk beschikbaar moet blijven voor actieve systemen. Problemen ontstaan vooral wanneer dergelijke aanpassingen langdurig aanwezig blijven.
Dat betekent niet dat iedere vorm van diabetes type 2 door stress of ontsteking wordt veroorzaakt. De wetenschappelijke consensus beschouwt de aandoening als multifactorieel: genetische aanleg, lichaamssamenstelling, voeding, beweging, leeftijd en verschillende metabole processen dragen in wisselende mate bij.
In dit artikel geven we daarom het overzicht. We bespreken wat diabetes type 2 is, hoe de aandoening ontstaat, welke symptomen kunnen optreden, hoe de diagnose wordt gesteld en welke behandelingen beschikbaar zijn. Voor de afzonderlijke mechanismen verwijzen we steeds naar verdiepende artikelen.
Wat is diabetes type 2?
Diabetes type 2 is een chronische aandoening waarbij de concentratie glucose in het bloed structureel te hoog wordt. Dat gebeurt doordat de werking van insuline onvoldoende is om de glucosehuishouding normaal te reguleren.
Insuline is een hormoon dat wordt geproduceerd door de bètacellen van de alvleesklier. Na een maaltijd stijgt de hoeveelheid glucose in het bloed. Insuline helpt vervolgens om glucose op te nemen in onder andere spier- en vetcellen en remt tegelijkertijd de productie van glucose door de lever.
Bij diabetes type 2 raakt dit systeem geleidelijk verstoord.
Insulineresistentie ontstaat vaak vóór diabetes
Bij veel mensen begint het proces met insulineresistentie. Hierbij reageren bepaalde weefsels minder sterk op dezelfde hoeveelheid insuline. Vooral spierweefsel, lever en vetweefsel spelen hierbij een belangrijke rol.
De alvleesklier kan dit aanvankelijk compenseren door meer insuline af te geven. Hierdoor kunnen glucosewaarden nog jarenlang binnen of vlak boven het normale bereik blijven. Deze fase kan gepaard gaan met hyperinsulinemie: relatief hoge insulinespiegels in het bloed.
In de kPNI-literatuur wordt daarbij nadruk gelegd op het feit dat insulineresistentie niet uitsluitend als een defect hoeft te worden beschouwd. Onder bepaalde omstandigheden kan tijdelijk verminderde insulinegevoeligheid helpen om glucose beschikbaar te houden voor weefsels die op dat moment prioriteit hebben. Stresshormonen, vrije vetzuren en ontstekingssignalen kunnen bijvoorbeeld invloed uitoefenen op de intracellulaire insulinesignalering. Wanneer deze situatie langdurig aanwezig blijft, kan een oorspronkelijk adaptieve reactie bijdragen aan metabole ontregeling.
Lees ook: Insulineresistentie: symptomen, oorzaken en wat je eraan kunt doen
De alvleesklier kan de vraag uiteindelijk niet meer bijhouden
Insulineresistentie alleen is niet voldoende om diabetes type 2 volledig te verklaren. Een belangrijk tweede onderdeel is de functie van de bètacellen in de alvleesklier.
In het begin produceren deze cellen extra insuline om de verminderde gevoeligheid van de weefsels te compenseren. Bij mensen die diabetes type 2 ontwikkelen neemt deze compensatie in de loop van de tijd vaak af. De hoeveelheid insuline die beschikbaar is, is dan niet langer voldoende om de bloedglucose binnen het normale bereik te houden.
Hierdoor stijgt eerst vaak de glucose na maaltijden en later ook de nuchtere bloedglucose.
Diabetes type 2 ontstaat dus meestal uit een combinatie van:
- verminderde insulinegevoeligheid;
- onvoldoende compensatie door de bètacellen;
- veranderde glucoseproductie door de lever;
- veranderingen in vetweefsel en vetzuurmetabolisme;
- genetische en omgevingsfactoren.
Lees ook: Hoe ontstaat diabetes type 2?
Meer dan alleen een probleem met bloedsuiker
Diabetes type 2 wordt vastgesteld aan de hand van glucose- en HbA1c-waarden, maar de aandoening heeft gevolgen die verder gaan dan de bloedsuiker alleen.
Chronisch verhoogde glucosewaarden en de metabole omstandigheden die daarmee samenhangen kunnen op termijn schade veroorzaken aan bloedvaten, zenuwen, nieren en ogen. Ook het risico op hart- en vaatziekten is verhoogd.
Daarom richt moderne diabeteszorg zich niet alleen op het verlagen van glucose. Ook bloeddruk, cholesterol en andere lipiden, nierfunctie, lichaamsgewicht, beweging, roken en voedingspatroon worden meegenomen in de behandeling.
Het doel is uiteindelijk niet één laboratoriumwaarde te normaliseren, maar het totale risico op ziekte en complicaties te verminderen.
Lees ook: Bloedsuikerwaarden: normale waarden, meten en betekenis
Lees ook: Aderverkalking: meer dan een hoog cholesterol
Hoe ontstaat diabetes type 2?
Diabetes type 2 ontstaat meestal niet van de ene op de andere dag. Bij de meeste mensen ontwikkelt de aandoening zich gedurende meerdere jaren, waarbij verschillende biologische processen elkaar versterken.
Vaak begint het met insulineresistentie. Spieren, lever en vetweefsel reageren minder goed op insuline, waardoor het lichaam meer van dit hormoon nodig heeft om de bloedglucose binnen het normale bereik te houden. De alvleesklier probeert dit aanvankelijk te compenseren door extra insuline te produceren.
Na verloop van tijd kan deze compensatie onvoldoende worden. De bètacellen van de alvleesklier produceren dan relatief te weinig insuline om de verminderde gevoeligheid van de weefsels op te vangen. Hierdoor stijgt eerst vaak de glucose na de maaltijd en later ook de nuchtere bloedglucose.
Vanuit de klinische psycho-neuro-immunologie wordt diabetes type 2 beschouwd als een verstoring van de energiehuishouding. Binnen dit perspectief wordt insulineresistentie gezien als een aanpassing die onder bepaalde omstandigheden tijdelijk nuttig kan zijn, bijvoorbeeld tijdens acute stress of een infectie. Wanneer deze aanpassing langdurig aanwezig blijft, kan zij bijdragen aan het ontstaan van chronische metabole ontregeling. Deze visie sluit aan bij bekende fysiologische mechanismen, maar het volledige kPNI-model is niet als geheel klinisch gevalideerd.
Diabetes type 2 ontstaat uiteindelijk uit een combinatie van genetische aanleg, leefstijl, lichaamssamenstelling en veranderingen in de werking van meerdere organen. Daarom verschilt de ontwikkeling van de aandoening van persoon tot persoon.
Lees ook: Hoe ontstaat diabetes type 2?
Lees ook: Insulineresistentie: symptomen, oorzaken en wat je eraan kunt doen

Welke factoren verhogen het risico?
Hoewel diabetes type 2 een multifactoriële aandoening is, zijn verschillende risicofactoren goed onderzocht.
Overgewicht en buikvet
Overgewicht, en vooral een verhoogde hoeveelheid buikvet, is één van de belangrijkste risicofactoren voor diabetes type 2. Visceraal vet is metabool actief en hangt samen met veranderingen in de insulinegevoeligheid, vetstofwisseling en ontstekingsactiviteit.
Weinig beweging
Skeletspieren spelen een belangrijke rol bij de opname van glucose uit het bloed. Regelmatige lichaamsbeweging verbetert de insulinegevoeligheid en helpt de bloedglucose te reguleren. Langdurig zitten en een lage spiermassa verhogen juist het risico op diabetes type 2.
Erfelijke aanleg en leeftijd
Genetische factoren beïnvloeden onder andere de gevoeligheid voor insulineresistentie en de functie van de bètacellen. Daarnaast neemt het risico op diabetes type 2 toe met de leeftijd, hoewel de aandoening tegenwoordig ook steeds vaker op jongere leeftijd voorkomt.
Zwangerschapsdiabetes en PCOS
Vrouwen die zwangerschapsdiabetes hebben doorgemaakt of het polycysteus-ovariumsyndroom (PCOS) hebben, lopen een verhoogd risico op het ontwikkelen van diabetes type 2. Beide aandoeningen hangen vaak samen met een verminderde insulinegevoeligheid.
Slaap, roken en bepaalde medicatie
Chronisch slaaptekort, roken en sommige geneesmiddelen, zoals langdurig gebruik van glucocorticoïden, kunnen eveneens bijdragen aan een verhoogd risico. Ook voeding, psychosociale factoren en sociaaleconomische omstandigheden spelen een rol, al verschilt hun invloed per individu.
Geen van deze factoren veroorzaakt op zichzelf diabetes type 2. Meestal is sprake van een samenspel van meerdere risicofactoren gedurende langere tijd.
Lees ook: Hoe ontstaat diabetes type 2?
Welke symptomen kunnen optreden?
Diabetes type 2 ontwikkelt zich vaak geleidelijk. Daardoor kunnen verhoogde bloedglucosewaarden jarenlang aanwezig zijn voordat duidelijke klachten ontstaan. Veel mensen krijgen de diagnose dan ook pas na een bloedonderzoek.
Wanneer symptomen optreden, behoren de volgende klachten tot de meest voorkomende:
- veel dorst;
- vaak moeten plassen;
- vermoeidheid;
- wazig zien;
- onbedoeld gewichtsverlies;
- terugkerende infecties;
- langzaam genezende wondjes.
De ernst van de klachten verschilt sterk per persoon. Sommige mensen ervaren nauwelijks symptomen, terwijl anderen al in een vroeg stadium duidelijke beperkingen ondervinden.
Het is belangrijk om te beseffen dat deze klachten niet specifiek zijn voor diabetes type 2. Ze kunnen ook bij andere aandoeningen voorkomen. Alleen bloedonderzoek kan vaststellen of daadwerkelijk sprake is van diabetes.
Lees ook: Symptomen van diabetes type 2
Hoe wordt diabetes type 2 vastgesteld?
Diabetes type 2 kan alleen worden vastgesteld met bloedonderzoek. Omdat de aandoening zich vaak geleidelijk ontwikkelt en lange tijd weinig klachten veroorzaakt, wordt de diagnose regelmatig gesteld tijdens een controle of onderzoek om een andere reden.
Nuchtere glucose en HbA1c
Bij het vaststellen van diabetes type 2 worden meestal de nuchtere bloedglucose en het HbA1c bepaald.
De nuchtere bloedglucose geeft aan hoeveel glucose zich na een periode zonder eten in het bloed bevindt. Het HbA1c laat zien hoe hoog de gemiddelde bloedglucose gedurende de afgelopen twee tot drie maanden is geweest.
Deze onderzoeken vormen de basis van de diagnose en worden ook gebruikt om het effect van de behandeling te volgen.
Soms aanvullend onderzoek
Wanneer de uitslagen niet eenduidig zijn, kan aanvullend onderzoek nodig zijn. Een voorbeeld hiervan is de orale glucosetolerantietest (OGTT), waarbij wordt onderzocht hoe het lichaam reageert op een vaste hoeveelheid glucose.
Daarnaast kunnen andere metingen worden verricht, zoals bloeddruk, cholesterol, nierfunctie en lichaamsgewicht. Deze onderzoeken zijn belangrijk omdat diabetes type 2 vaak samengaat met andere risicofactoren voor hart- en vaatziekten.
Geen enkele test geeft op zichzelf een volledig beeld. Daarom beoordeelt een arts altijd de laboratoriumuitslagen in combinatie met de klachten, medische voorgeschiedenis en andere risicofactoren.
Lees ook: Bloedsuikerwaarden: normale waarden, meten en betekenis
Wat is prediabetes?
Prediabetes is een voorstadium van diabetes type 2. Hierbij zijn de bloedglucosewaarden hoger dan normaal, maar nog niet hoog genoeg om van diabetes te spreken.
Mensen met prediabetes hebben een verhoogd risico om diabetes type 2 te ontwikkelen, maar dat gebeurt niet bij iedereen. Bij een deel van de mensen blijven de glucosewaarden jarenlang stabiel, terwijl bij anderen de waarden juist weer kunnen verbeteren.
Prediabetes wordt daarom beschouwd als een belangrijk moment om leefstijl en metabole gezondheid onder de loep te nemen. Regelmatige lichaamsbeweging, gewichtsverlies bij overgewicht en een gezond voedingspatroon kunnen het risico op diabetes type 2 aanzienlijk verkleinen.
Omdat prediabetes meestal geen klachten veroorzaakt, wordt de aandoening vaak alleen ontdekt door bloedonderzoek.
Lees ook: Prediabetes: symptomen, oorzaken en wat je eraan kunt doen
Hoe wordt diabetes type 2 behandeld?
De behandeling van diabetes type 2 is gericht op het verbeteren van de glucoseregulatie én het verminderen van het risico op complicaties, zoals hart- en vaatziekten, nierziekten en oogproblemen.
Welke behandeling het meest geschikt is, hangt af van de ernst van de diabetes, de aanwezigheid van andere aandoeningen en de persoonlijke situatie.
Leefstijl vormt de basis
Bij vrijwel iedereen begint de behandeling met leefstijlmaatregelen. Daarbij ligt de nadruk op een gezond voedingspatroon, voldoende lichaamsbeweging, een gezond lichaamsgewicht, voldoende slaap en het stoppen met roken.
Voor mensen met overgewicht kan gewichtsverlies de insulinegevoeligheid verbeteren en de bloedglucose verlagen. Ook krachttraining en regelmatige aerobe inspanning dragen bij aan een betere glucoseregulatie.
Lees ook: Diabetes type 2 dieet: wat kun je het beste eten?
Medicatie wanneer nodig
Wanneer leefstijl alleen onvoldoende effect heeft, kan medicatie worden voorgeschreven.
Metformine is meestal het eerste geneesmiddel dat wordt ingezet. Afhankelijk van de persoonlijke situatie kunnen ook andere medicijnen worden gebruikt, zoals SGLT2-remmers, GLP-1-receptoragonisten of insuline.
De keuze voor medicatie is tegenwoordig niet alleen afhankelijk van de bloedglucose, maar ook van factoren zoals hart- en vaatziekten, nierfunctie en lichaamsgewicht.
Aandacht voor hart- en vaatgezondheid
Mensen met diabetes type 2 hebben een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Daarom richt de behandeling zich niet uitsluitend op de bloedglucose.
Ook bloeddruk, cholesterol, nierfunctie, lichaamsgewicht en leefstijl worden regelmatig gecontroleerd en zo nodig behandeld. Dit totale risicomanagement heeft een belangrijke invloed op het voorkomen van complicaties.
Behandeling is maatwerk
De behandeling van diabetes type 2 is voor iedere persoon anders. Leeftijd, andere aandoeningen, persoonlijke doelen en voorkeuren spelen allemaal een rol bij het opstellen van een behandelplan.
Het doel is niet alleen een goede bloedglucoseregulatie, maar vooral het behouden van gezondheid, kwaliteit van leven en het verminderen van het risico op complicaties op de lange termijn.
Lees ook: Insulineresistentie: symptomen, oorzaken en wat je eraan kunt doen

Welke complicaties kunnen ontstaan?
Wanneer diabetes type 2 langdurig onvoldoende onder controle is, kunnen verhoogde bloedglucosewaarden schade veroorzaken aan kleine en grote bloedvaten. Hierdoor neemt het risico op verschillende complicaties toe.
Schade aan kleine bloedvaten
Complicaties van de kleine bloedvaten worden ook wel microvasculaire complicaties genoemd. Hieronder vallen onder andere:
- diabetische retinopathie (beschadiging van het netvlies);
- diabetische nefropathie (nierbeschadiging);
- diabetische neuropathie (zenuwbeschadiging).
Regelmatige controles van ogen, nieren en voeten zijn daarom een belangrijk onderdeel van de diabeteszorg.
Schade aan grote bloedvaten
Diabetes type 2 verhoogt ook het risico op aandoeningen van de grote bloedvaten (macrovasculaire complicaties), zoals:
- hartinfarct;
- beroerte;
- perifeer arterieel vaatlijden.
Daarom richt de behandeling zich niet alleen op de bloedglucose, maar ook op bloeddruk, cholesterol, lichaamsgewicht en andere cardiovasculaire risicofactoren.
Goede behandeling verkleint het risico
Het risico op complicaties neemt af wanneer de bloedglucose, bloeddruk en andere risicofactoren goed worden behandeld. Regelmatige controles en een gezonde leefstijl blijven daarbij essentieel.
Lees ook: Aderverkalking: meer dan een hoog cholesterol
Lees ook: Complicaties diabetes type 2
Wat kun je zelf doen?
Hoewel niet alle risicofactoren beïnvloedbaar zijn, kun je zelf veel doen om de glucoseregulatie en de algehele gezondheid te ondersteunen.
De belangrijkste adviezen zijn:
- kies voor een gevarieerd voedingspatroon met vooral onbewerkte of minimaal bewerkte voedingsmiddelen;
- beweeg dagelijks en combineer duurtraining met krachttraining;
- werk bij overgewicht aan een gezond lichaamsgewicht;
- zorg voor voldoende slaap en herstel;
- stop met roken;
- gebruik voorgeschreven medicatie volgens het behandelplan;
- laat bloedglucose, bloeddruk en andere risicofactoren regelmatig controleren.
Vanuit de klinische psycho-neuro-immunologie wordt daarnaast gekeken naar factoren die de metabole flexibiliteit kunnen beïnvloeden, zoals voeding, beweging, slaap, stress en herstel. Deze leefstijlfactoren kunnen een waardevolle aanvulling vormen op de reguliere behandeling, maar vervangen deze niet.
Het is belangrijk om veranderingen in leefstijl of medicatie altijd af te stemmen met een arts of andere behandelaar.
Lees ook: Insulineresistentie: symptomen, oorzaken en wat je eraan kunt doen
Lees ook: Diabetes type 2 dieet: wat kun je het beste eten?
Wanneer moet je contact opnemen met een arts?
Neem contact op met een huisarts wanneer je klachten hebt die kunnen passen bij diabetes type 2, zoals veel dorst, vaak plassen, onverklaarbare vermoeidheid of wazig zien. Ook wanneer uit een bloedonderzoek verhoogde glucosewaarden blijken, is verder onderzoek verstandig.
Heb je al diabetes type 2, neem dan contact op met je behandelaar wanneer:
- de bloedglucose langdurig sterk verhoogd blijft;
- je regelmatig hypo- of hyperglykemieën ervaart;
- wondjes aan de voeten slecht genezen;
- je veranderingen in het gezichtsvermogen opmerkt;
- je tintelingen of gevoelsverlies in de voeten krijgt;
- je vragen hebt over medicatie of leefstijl.
Zoek direct medische hulp bij ernstige klachten zoals sufheid, verwardheid, ernstige uitdroging of wanneer je je acuut ernstig ziek voelt.
Regelmatige controles blijven belangrijk, ook wanneer de diabetes goed onder controle lijkt. Zo kunnen eventuele complicaties vroegtijdig worden opgespoord en behandeld.
Wat zegt de wetenschap?
Diabetes type 2 is één van de meest onderzochte chronische aandoeningen ter wereld. De afgelopen decennia hebben duizenden studies geleid tot een goed begrip van de belangrijkste risicofactoren, onderliggende mechanismen en behandelstrategieën. Tegelijkertijd blijft onderzoek zich ontwikkelen, bijvoorbeeld naar remissie, gepersonaliseerde voeding en de interactie tussen stofwisseling, immuunsysteem en leefstijl.
Sterk wetenschappelijk onderbouwd
Er bestaat brede wetenschappelijke consensus over de volgende punten:
- insulineresistentie en een verminderde functie van de bètacellen spelen een centrale rol bij het ontstaan van diabetes type 2;
- overgewicht, vooral een verhoogde hoeveelheid buikvet, verhoogt het risico op diabetes type 2;
- regelmatige lichaamsbeweging verbetert de insulinegevoeligheid en de glucoseregulatie;
- gewichtsverlies kan de bloedglucose verbeteren en bij een deel van de mensen leiden tot remissie;
- een gezonde leefstijl vermindert het risico op complicaties en hart- en vaatziekten.
Deze bevindingen vormen de basis van internationale richtlijnen van onder andere de American Diabetes Association (ADA), de European Association for the Study of Diabetes (EASD) en het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG).
Onderwerpen waar nog onderzoek naar loopt
Naast de gevestigde kennis is er groeiende belangstelling voor de rol van onder andere:
- laaggradige ontsteking;
- darmmicrobioom;
- slaap en het circadiane ritme;
- psychosociale stress;
- individuele verschillen in metabole respons op voeding.
Hoewel deze factoren waarschijnlijk bijdragen aan het ontstaan en beloop van diabetes type 2, verschillen de effecten per persoon en is verder onderzoek nodig om de onderliggende mechanismen volledig te begrijpen.
Vanuit de klinische psycho-neuro-immunologie worden deze processen beschouwd als onderdelen van één samenhangend biologisch netwerk. Dit integratieve perspectief sluit voor een belangrijk deel aan bij bestaande fysiologische kennis, maar niet alle kPNI-specifieke modellen zijn als complete methode onderzocht in grote gerandomiseerde klinische studies.
Samenvatting
Diabetes type 2 is een chronische stofwisselingsziekte waarbij het lichaam glucose minder goed kan reguleren. Meestal spelen zowel insulineresistentie als een geleidelijk afnemende functie van de bètacellen van de alvleesklier een rol.
De aandoening ontstaat doorgaans door een combinatie van genetische aanleg, leefstijl en veranderingen in verschillende organen. Veel mensen hebben jarenlang weinig klachten, waardoor diabetes type 2 vaak pas in een later stadium wordt ontdekt.
De behandeling bestaat uit een combinatie van leefstijlmaatregelen, medicatie wanneer nodig en het verminderen van het risico op hart- en vaatziekten. Bij een deel van de mensen kan diabetes type 2 door intensieve leefstijlverandering in remissie komen, maar regelmatige medische controles blijven belangrijk.
Een goed begrip van de onderliggende mechanismen helpt niet alleen om diabetes type 2 beter te behandelen, maar ook om de aandoening waar mogelijk te voorkomen.
Veelgestelde vragen
Is diabetes type 2 hetzelfde als insulineresistentie?
Nee. Insulineresistentie is vaak een belangrijke stap in de ontwikkeling van diabetes type 2, maar niet iedereen met insulineresistentie krijgt diabetes. Bij diabetes type 2 speelt daarnaast meestal ook een verminderde functie van de bètacellen van de alvleesklier een rol.
Kun je diabetes type 2 hebben zonder klachten?
Ja. Veel mensen hebben jarenlang verhoogde bloedglucosewaarden zonder duidelijke symptomen. Daarom wordt diabetes type 2 regelmatig ontdekt tijdens een routinecontrole of bloedonderzoek.
Kan diabetes type 2 in remissie komen?
Ja. Bij een deel van de mensen kunnen de bloedglucosewaarden door aanzienlijke leefstijlverandering of gewichtsverlies langdurig normaliseren zonder glucoseverlagende medicatie. Dit wordt remissie genoemd. Remissie is echter niet hetzelfde als genezing.
Moet je alle koolhydraten vermijden?
Nee. Er is geen wetenschappelijk bewijs dat iedereen met diabetes type 2 alle koolhydraten moet vermijden. Belangrijker zijn de totale voedingskwaliteit, energiebalans en een voedingspatroon dat past bij de persoonlijke situatie.
Is diabetes type 2 erfelijk?
Erfelijke aanleg speelt een belangrijke rol, maar bepaalt niet alleen of iemand diabetes type 2 ontwikkelt. Ook factoren zoals lichaamsgewicht, voeding, beweging, slaap en leeftijd beïnvloeden het risico.
Kan diabetes type 2 worden voorkomen?
Niet altijd. Wel blijkt uit onderzoek dat een gezonde leefstijl, voldoende lichaamsbeweging en het voorkomen van overgewicht het risico op diabetes type 2 aanzienlijk kunnen verkleinen, vooral bij mensen met prediabetes of een verhoogd risico.
Persoonlijk advies
Diabetes type 2 is een complexe aandoening waarbij vaak meerdere factoren tegelijkertijd een rol spelen. Naast de behandeling van verhoogde bloedglucose kunnen ook voeding, beweging, slaap, stress, lichaamssamenstelling en andere leefstijlfactoren van invloed zijn op de metabole gezondheid.
Binnen mijn praktijk bekijk ik diabetes type 2 vanuit de klinische psycho-neuro-immunologie (kPNI). Daarbij onderzoeken we welke beïnvloedbare factoren mogelijk bijdragen aan de klachten en hoe deze, aanvullend op de reguliere behandeling, kunnen worden geoptimaliseerd.
Heb je diabetes type 2, prediabetes of vermoed je dat jouw glucoseregulatie uit balans is? Dan denk ik graag met je mee tijdens een vrijblijvend telefonisch kennismakingsgesprek.
Bronnen
American Diabetes Association Professional Practice Committee. (2026). Standards of Care in Diabetes—2026. Diabetes Care, 49(Suppl. 1).
Davies, M. J., Aroda, V. R., Collins, B. S., Gabbay, R. A., Green, J., Maruthur, N. M., Rosas, S. E., Del Prato, S., Mathieu, C., Mingrone, G., Rossing, P., Tsapas, A., & Buse, J. B. (2025). Management of hyperglycaemia in type 2 diabetes, 2025. A consensus report by the American Diabetes Association (ADA) and the European Association for the Study of Diabetes (EASD). Diabetologia. https://doi.org/10.1007/s00125-025-06459-4
DeFronzo, R. A. (2009). From the triumvirate to the ominous octet: A new paradigm for the treatment of type 2 diabetes mellitus. Diabetes, 58(4), 773-795. https://doi.org/10.2337/db09-9028
Lean, M. E. J., Leslie, W. S., Barnes, A. C., Brosnahan, N., Thom, G., McCombie, L., Peters, C., Zhyzhneuskaya, S., Al-Mrabeh, A., Hollingsworth, K. G., Rodrigues, A. M., Rehackova, L., Adamson, A. J., Sniehotta, F. F., Mathers, J. C., Ross, H. M., McIlvenna, Y., Stefanetti, R., Trenell, M., ... Taylor, R. (2018). Primary care-led weight management for remission of type 2 diabetes (DiRECT): An open-label, cluster-randomised trial. The Lancet, 391(10120), 541-551. https://doi.org/10.1016/S0140-6736(17)33102-1
Nederlandse Huisartsen Genootschap. (2024). NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2. https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/diabetes-mellitus-type-2
Taylor, R., Al-Mrabeh, A., Zhyzhneuskaya, S., Peters, C., Barnes, A. C., Aribisala, B., Hollingsworth, K. G., Mathers, J. C., Sattar, N., & Lean, M. E. J. (2018). Remission of human type 2 diabetes requires decrease in liver and pancreas fat content but is dependent upon capacity for β cell recovery. Cell Metabolism, 28(4), 547-556.e3. https://doi.org/10.1016/j.cmet.2018.07.003
Visseren, F. L. J., Mach, F., Smulders, Y. M., Carballo, D., Koskinas, K. C., Bäck, M., Benetos, A., Biffi, A., Boavida, J. M., Capodanno, D., Cosyns, B., Crawford, C., Davos, C. H., Desormais, I., Di Angelantonio, E., ... ESC Scientific Document Group. (2021). 2021 ESC Guidelines on cardiovascular disease prevention in clinical practice. European Heart Journal, 42(34), 3227-3337. https://doi.org/10.1093/eurheartj/ehab484
World Health Organization. (2025). Diabetes. https://www.who.int/news-room/fact-sheets/detail/diabetes
